Aan de noordzijde van de Waal staat sinds een paar jaar een gebouw dat je niet over het hoofd kunt zien. Een achthoekige toren, in baksteen, met inspringende gevels die op vreemde momenten licht vangen. Vorige maand kreeg dat gebouw, Front, de tiende Architectuurprijs Nijmegen. De jury noemde het "een nieuw Nijmegen-monument". Dat zijn grote woorden voor een woontoren met 32 appartementen, maar wie er ooit langs is gefietst snapt waarom.
Een nieuw monument, en een jury die het meende
De prijs werd op 9 april uitgereikt door het Architectuurcentrum Nijmegen. Front van het Rotterdamse bureau Monadnock won het van een sterke shortlist, waaronder een uitgebreid gerenoveerd Canisius Wilhelmina Ziekenhuis dat publieksfavoriet was. De jury beschreef Front als "een optimistisch icoon, met lef gemaakt, dat ambachtelijkheid en vakmanschap uitstraalt". Daar werd aan toegevoegd dat het gebouw nog nooit eerder zo gemaakt is en, vanwege de specifieke inpassing op de plek, waarschijnlijk ook nooit ergens herhaald wordt. Een uniek stuk, in andere woorden. Voor een prijs die om de twee jaar wordt uitgereikt en zelden zo unaniem klinkt, is dat een opvallende uitspraak. Architectenweb publiceerde het juryrapport in zijn geheel.
Achthoekig, met inspringende gevels en een baksteenpalet
Voor wie alleen plattegronden vergelijkt, lijkt Front op het eerste gezicht een blok flat. Maar de plattegrond is geen rechthoek. Het is een onregelmatige achthoek waarvan twee zijden naar binnen springen om het plein voor het gebouw vorm te geven. Dat klinkt klein, maar maakt visueel een groot verschil. Vanaf de Oversteek, de derde Waalbrug die het oude Nijmegen verbindt met de noordoever, is Front een baken. De toren mist iedere voor- en achterkant, want elke zijde doet ergens dienst.
Monadnock greep terug op een palet dat de afgelopen jaren weer in zwang is. Baksteen, met dieperliggende voegen en plastische details. Geen vlakke buitenhuid, maar een gevel die overdag een schaduwspel oplevert. Dat sluit aan bij een bredere beweging waarin architecten weer aandacht besteden aan ambachtelijke gevels, na decennia waarin de glazen vliesgevel de norm was. Op heldere avonden vangen de inspringingen de avondzon en lichten ze warm op. Dat is geen toeval, dat is gepland.
Niet alleen een toren, ook een plein-maker
Front zit op een hoekpunt van Hart van de Waalsprong, het centrum van de naoorlogs uitgebreide wijk Lent. Eronder zitten winkels, op de eerste paar lagen lopen appartementen door over een collectief daktuin, en in de toren zelf zitten woningen met balkons over de Waal. Die programmastapeling is geen unicum, maar de manier waarop Monadnock het gebouw inzet als ruimtemaker wel. De ingesneden zijden van de achthoek bakenen het plein af, zonder dat ze het afsluiten. Stedenbouwkundig speelt het gebouw daarmee dezelfde rol als een 19e-eeuws hoekblok in een Amsterdamse buurt, het kadert de openbare ruimte in.
Voor een wijk die nog niet zo lang geleden poldergrond was, is dat een verrassend volwassen gebaar. Ter vergelijking, de Oversteek werd pas in 2013 geopend, en op Wikipedia is na te lezen hoe de brug en de woonwijk samen werden ontworpen om de twee Waaloevers stedelijk gelijkwaardig te maken. Front voltooit dat verhaal aan de noordzijde, op een manier die geen architect twintig jaar geleden zou hebben durven voorstellen.
Wie zijn Monadnock eigenlijk
Het Rotterdamse bureau bestaat sinds 2006 en wordt geleid door Job Floris en Sandor Naus. Bij ingewijden staat het bureau bekend om een bijzondere voorliefde voor historische motieven, zonder dat het werk daardoor pasticheachtig wordt. Floris was tussen 2010 en 2018 hoofd van de masteropleiding architectuur aan de Rotterdamse Academie, en je merkt aan het werk dat hij les heeft gegeven. Er zit theorie achter de gevels.
Eerdere projecten van Monadnock werken vaak met dezelfde grammatica als Front. Suggestieve constructies, gevelopeningen die je laten denken dat er meer achter zit, en een voorliefde voor torens die op het eerste gezicht vertrouwd lijken maar bij nadere bestudering vreemd uitvallen. Dat past in een tijd waarin ook andere Nederlandse bureaus hun woongebouwen behandelen als sculpturale objecten in plaats van neutrale dozen.
Wat een Nijmeegse prijs zegt over Nederlandse woningbouw
De Architectuurprijs Nijmegen is geen BNA-titel en geen Mies van der Rohe Award. Het is een lokale juryprijs, om de twee jaar uitgereikt. Toch zegt het iets dat juist een bouwlocatie als Hart van de Waalsprong wint. Nederlandse stadsuitbreidingen worden vaak afgedaan als saaie repetities van rijtjeshuizen en standaard appartementenblokken. Front bewijst dat het anders kan. Een privé-ontwikkelaar, in dit geval AM en VanWonen, gaf een bureau de ruimte om iets neer te zetten dat normaal eerder bij een gemeentelijk prestigegebouw past.
Dat is de echte boodschap van deze prijs. De jury beloont niet zozeer een toren als wel het feit dat hier in een woonwijk iets staat wat in elke buitenlandse architectuurpublicatie past. Voor een land dat zijn woningnood graag oplost met series van zo identiek mogelijke modules, is dat een nuttige herinnering. Wie even verder kijkt dan de standaardproductie, krijgt een gebouw dat veertig jaar later nog wordt opgenomen in jaarboeken. En zo nu en dan een nieuw Nijmegen-monument oplevert.