Een slank kaveltje op Centrumeiland, een gezin dat niet wil leven volgens een standaard plattegrond, en een architectenbureau dat gelooft in losse vakjes. Daaruit ontstond Light House: een vijf verdiepingen hoge stadswoning waar elke functie haar eigen volume heeft. Studioninedots tekende voor het ontwerp en Dezeen zette het project deze week in de schijnwerpers. Het resultaat ziet eruit alsof iemand zes glazen dozen op elkaar heeft geschoven, en doet bewust het tegenovergestelde van een open plattegrond. Hieronder kijken we naar wat dit project bijzonder maakt en waarom het iets vertelt over hoe Amsterdamse gezinnen vandaag willen wonen.
Vijf dozen, vijf functies
De familie achter Light House had een vraag aan Studioninedots die je niet vaak hoort: maak een huis waarin elk gezinslid op zijn eigen manier kan leven. Geen grote woonkeuken waar alles samenkomt, geen gedeelde lounge die het zwaartepunt vormt. In plaats daarvan kreeg elke activiteit, koken, eten, samenzijn, slapen, werken, een eigen volume toegewezen. Die volumes liggen vervolgens op elkaar gestapeld in een slanke verticale compositie. Het resultaat is 257 vierkante meter verdeeld over vijf lagen, met daarbinnen een ophanging van compactere ruimtes en grotere openingen. Boven de keuken hangt een opgehesen volume voor geconcentreerd werk. Op de bovenste verdieping zit een open kamer met boogvormige openingen die uitzicht geven op het IJmeer. Het idee is simpel maar tegendraads: privacy door scheiding, niet door deuren in een gedeelde ruimte.
De gevel die niet wil opvallen
Op de onderste verdiepingen zit een gevel van vierkante glazen blokken, een materiaal dat decennia in de mottenballen lag en nu zichtbaar terugkeert in serieuze architectuur. Die blokken laten daglicht binnen maar maken het tegelijk moeilijk om naar binnen te kijken. Voor een huis op een nieuwbouwlocatie waar buren dichtbij staan, is dat een functioneel slim antwoord. Hogerop wisselt de gevel naar metalen bekleding, en aan de achterzijde dragen de slaapterrassen metalen roosters die de glazen blokken qua geometrie spiegelen. Het levert een huis op dat van de straatzijde bijna ingetogen is, en aan de andere kant juist industrieel laat zien hoe het is opgebouwd. Voor wie nieuwsgierig is naar de tegenbeweging: brons en marmer verdringen op andere plekken juist de glazen gevel.
Hoe 257 vierkante meter ademt
Op papier klinkt 257 vierkante meter als een normaal Nederlands woonhuis, niet als een uitgesproken luxe villa. Toch voelt Light House ruimer dan dat. Dat komt door wat de architecten interstitiële zones noemen, de tussenruimtes en voids die de losse volumes met elkaar verbinden. Tussen de verdiepingen lopen open passages en visuele doorkijkjes, waardoor je vanuit de keuken naar boven kunt kijken en omgekeerd. Geen massieve plafonds, geen gesloten trappenhuis, maar een spel van lucht en doorzichten. De architecten gebruikten een lichtgewicht stalen frame in combinatie met geprefabriceerde houten elementen, wat de constructie slanker maakt dan een traditioneel betonskelet. Daarmee winnen ze elke centimeter terug die in een conventioneel huis verloren gaat aan dragende muren. De bovenkamer met de boogvormige openingen werkt als een soort kroon op het project, een stille plek die specifiek naar het IJmeer is gericht.
Een huis dat je later uit elkaar kunt halen
Wat Light House technisch interessant maakt voor architectenkringen, is iets wat veel huiseigenaren niet meteen zien: de modulaire opbouw is bedoeld om later weer gedemonteerd en hergebruikt te worden. Geen lijm, geen gestort beton dat alleen met een sloopkogel weg kan. In plaats daarvan een constructie waarvan de onderdelen los te maken zijn en in een ander gebouw opnieuw kunnen meedoen. Dat sluit aan op de duurzaamheidseisen die de gemeente Amsterdam aan Centrumeiland heeft opgelegd, inclusief lokaal waterbeheer op de kavel. Het is een ontwerpfilosofie die langzaam mainstream wordt: bouwen voor de gebruiker van nu, maar ook voor de gebruiker over vijftig jaar. Voor wie het volledige projectdossier wil zien, staat de uitgebreide documentatie op ArchDaily. Het type denken dat ook bij de grote Nederlandse architectuurprijzen steeds meer aandacht krijgt.
Wat dit zegt over de Nederlandse stadswoning
Geen weids landgoed of glanzend penthouse dus, maar een verticaal stapeltje volumes op een postzegelkavel. En precies daarin schuilt de luxe. In een land waar grond schaars en duur is, en waar gezinnen toch steeds individueler willen leven, biedt dit type ontwerp een interessant alternatief. Niet meer iedereen rondom dezelfde keukentafel, maar wel onder hetzelfde dak. Het ophangen van functies in eigen volumes, het filteren van licht door glazen blokken, het kunnen demonteren van het hele bouwwerk: het zijn keuzes die je vaker terug gaat zien op nieuwe Nederlandse kavels. Het sluit aan op een breder gesprek over hoe architecten afrekenen met de open plattegrond. Voor Studioninedots is dit een statement: een goed huis hoeft geen ruimte te zijn, maar een set ruimtes die op de juiste manier in elkaar grijpen.