Een halve eeuw lang leek het wel alsof architecten alleen nog maar glazen dozen konden tekenen. Glad, transparant, liefst zo min mogelijk onderbrekingen. Die consensus is nu aan het breken. Van Park Avenue tot Brooklyn, van Londen tot Amsterdam zie je torens verrijzen met brons, gesculpteerd marmer en geribbelde baksteen als hoofdingrediënt. De glazen gevel verdwijnt niet, maar wordt verdrongen door iets wat je wilt aanraken.
JPMorgan haalt Park Avenue uit zijn glazen tijdperk
Het duidelijkste bewijs staat sinds oktober 2025 in Midtown Manhattan. JPMorgan Chase betrok toen het nieuwe hoofdkantoor op 270 Park Avenue, een toren van 423 meter ontworpen door Foster + Partners. De rekening bedroeg tussen de drie en vier miljard dollar, en het resultaat oogt heel anders dan de minimalistische glascilinders die je normaal van grote banken verwacht.
Het meest spraakmakende detail zijn de zogenoemde fan-columns. Dat zijn brede, uitwaaierende staalpilaren aan de voet van het gebouw die ruim 24 meter de lucht in steken voordat het pand echt begint. Daardoor ontstaat niet alleen tweeënhalf keer meer openbare buitenruimte dan bij de vorige toren, maar krijg je vooral een gevel die van dichtbij indruk maakt. Staal, brons, gewicht. Bloomberg schreef dat de toren Manhattan overschaduwt, en dat sloeg niet alleen op de hoogte.
Brooklyn Tower schreef het recept voor
De echte voorloper stond al een paar jaar eerder klaar, aan de andere kant van de East River. Brooklyn Tower van SHoP Architects werd in 2022 voltooid en is met 325 meter de eerste supertall van het stadsdeel. De gevel is een gelaagd spel van wit marmer aan de voet, via zwart roestvrijstaal naar donkere tinten hoger in de toren, met rijen brons en koper die trapsgewijs teruggesprongen zijn.
De architecten hebben het ornament niet uit de lucht geplukt. De ionische pilaren van de naastgelegen Dime Savings Bank, een neoclassicistisch monument uit 1907, vormden het model. De hexagonale vorm van de bankhal is letterlijk verwerkt in de plattegrond van de woontoren. Bewoners wonen dus niet in een generieke glazen doos, maar in een gebouw dat zich verhoudt tot de geschiedenis op de stoep.
Waarom ornament weer mag
Strak wit minimalisme heeft zijn langste tijd gehad, en dat geldt niet alleen voor gevels. In woonkamers keren donkere muren, expressieve kleurvlakken en tactiele stoffen terug, en precies diezelfde beweging zie je op grote schaal aan de buitenkant van gebouwen. Waar architecten vijftien jaar geleden probeerden hun ego uit te drukken in zo weinig mogelijk materiaal, willen ze hun gebouwen nu een verhaal laten vertellen.
Die verschuiving is ook economisch te verklaren. Een volledig verglaasde gevel is energetisch niet ideaal. Solide vlakken met slimme ramen isoleren beter, onderhouden beter en gaan langer mee. En een gevel van gesculpteerde baksteen heeft een ander prijskaartje, maar veroudert veel eleganter dan een aluminium profiel dat na twintig jaar matglans kwijt is. Het wow-huis mag dan zijn langste tijd hebben gehad, de vraag naar karakter zit dieper dan een trend.
Het palet van de nieuwe gevel
Materialen die in de jaren negentig bijna verdwenen, zijn plotseling weer overal. Brons, patineerkoper, gepolijst en ruw gezaagd natuursteen. Architecten stapelen ze in bewuste lagen, waarbij matte vlakken contrasteren met hoogglans en een bakstenen pilaster opeens naast een spiegelend messing paneel kan staan. Die textuurlagen doen iets wat glas simpelweg niet kan. Ze geven schaduw, reliëf en een huid die bij elk uur van de dag anders oogt.
Kleur is het andere grote verschil. Waar glazen torens van boven tot onder identiek blauw of grijs oogden, ontwerpen architecten nu gevels in warm okergeel, diepgroen, oxblood rood of gedempt terracotta. De aangekondigde gevels voor 2026 in Londen, Singapore en New York laten dat expliciet zien. Kleur is terug als ontwerpinstrument, niet als aanstootgevende uitzondering.
En in Nederland
De verschuiving is niet alleen een Amerikaans spektakel. Nederlandse architectenbureaus zetten al langer in op bakstenen gevels met reliëf, op hout in combinatie met natuursteen en op biobased materialen die zichtbaar blijven in plaats van achter een gladde vliesgevel verdwijnen. Bij nieuwbouw in de Zuidas en aan de Rotterdamse Kop van Zuid zie je steeds meer gevels met bewust gekozen metselpatronen en terugspringende lijsten.
Dat past bij de bredere tendens van de Nederlandse woningbouw. Hergebruik, prefab met karakter en aandacht voor langdurige onderhoudslasten vragen om een ander soort gevel dan de glazen vliezen van tien jaar terug. Zelfs de auto-merken die zich op de luxe woningmarkt storten, kiezen opvallend vaak voor massieve materialen in plaats van transparantie. Karakter verkoopt beter dan onzichtbaarheid.
Wat dit betekent voor jouw volgende bouwplan
Ga je nieuwbouw of een grondige renovatie overwegen, dan is dit het moment om verder te denken dan de standaard grijze aluminium buitenkant. Een baksteen in een afwijkend formaat, een pilaster die terugspringt, een voordeur van massief brons of een detail in natuursteen kan een huis een klasse geven die geen vliesgevel ooit zal evenaren. Architecten die jarenlang op glazen puien leunden, durven eindelijk weer het gesprek over ornament te voeren. Niet alleen over plattegronden, ook over wat een gebouw tegen de straat zegt.
Het glasminimalisme verdwijnt niet volledig, zoals de modernisten ook nooit verdwenen na het einde van de art deco. Maar voor het eerst in veertig jaar hebben architecten weer een vocabulaire om van een toren iets te maken wat bij een plek hoort, in plaats van alleen op een plek staat. En dat is goed nieuws voor iedereen die zijn stad mooier wil zien worden.