Wie deze maand door downtown Phoenix loopt, ziet iets opduiken dat niemand daar verwachtte. Geen glanzend blauw glas, geen warme woestijnsteen, maar een toren van 26 verdiepingen in een onverwachte tint mintgroen. Het gebouw heet Ray Phoenix, staat aan 777 North Central Avenue in het Roosevelt Row Arts District en is net opgeleverd door het Californische bureau Johnston Marklee. Het is meteen het meest bediscussieerde appartementenblok van het jaar in Arizona.
Een kleur die de woestijn moet weerspiegelen
Mark Lee en Sharon Johnston, de twee oprichters van Johnston Marklee, kozen het pastelgroen niet uit nostalgie naar de jaren vijftig. De tint komt rechtstreeks uit het omringende landschap, vertelden ze aan Dezeen: het pigment van saguaro en palo verde, gebroken door de witte zon van de Sonora-woestijn. In hun lezing past het kleurgebruik in een lokale traditie. Frank Lloyd Wright werkte in zijn nabijgelegen Taliesin West met gelijksoortige aardetonen om de woestijn niet te overtroeven maar te dragen. Ray Phoenix knipoogt daar bewust naar.
De keuze pakt ongebruikelijk uit. Phoenix is een skyline van glas en beige, met een paar koperkleurige torens als accent. Een gevel in flatpastelgroen is daar de uitzondering, geen norm. Wie het gebouw vanuit het westen ziet, met de zon laag boven Camelback Mountain, ziet de tint per uur veranderen. Tegen de ochtend leest het haast als zeeschuim, in de namiddag verschuift het richting munt en olijf.
Hoe Johnston Marklee de gevel opbouwt
De gevel is geen gladde huid. Het bureau koos voor een raster waarin drie materialen elkaar afwisselen: matte gepoedercoate metaalpanelen in het bekende mintgroen, getint reflecterend glas en gekleurd in situ gestort beton. Door diepte aan het raster te geven werken zon en schaduw mee als vierde materiaal. In de praktijk lijkt het oppervlak per uur een ander oppervlak.
Het is een herkenbare aanpak voor Johnston Marklee. Het bureau, vooral bekend van het Menil Drawing Institute in Houston en de tentoonstellingsruimte voor de Sao Paulo Biennale, werkt vaker met heldere geometrische volumes die gedragen worden door een ingehouden palet. Voor Ray Phoenix vormden ze een team met Lamar Johnson Collaborative uit Chicago, dat de uitvoering en de interieurplattegronden tekende. Bouwer Clayco realiseerde het project voor naar schatting 180 miljoen dollar.
401 woningen in een kunstdistrict
Achter de gevel zit een programma dat eerlijk gezegd traditioneler is dan de buitenkant suggereert. Ray Phoenix telt 401 appartementen, verdeeld over 193 studio's, 116 woningen met één slaapkamer en 92 met twee. Daarmee is het ruim 48.000 vierkante meter vloeroppervlak een serieuze toevoeging aan de huurmarkt van een stad die de afgelopen jaren razendsnel groeide. Op de begane grond komen winkels, op de vijfde verdieping liggen de gedeelde voorzieningen, zoals het zwembad en de fitnessruimte.
Het echte verschil zit in de invulling. De New Yorkse ontwikkelaar Ray, samen met het Kansas-bureau Vela, profileert zich uitdrukkelijk als een huurmerk dat kunst integreert in de woonruimte. In de lobby hangt een grote site-specifieke muurschildering van de Los Angeles-kunstenaar Alex Israel, met abstract weergegeven woestijnflora en rotsformaties. De landschapsarchitect Grace Fuller Marroquín ontwierp de buitenruimtes met inheemse soorten, geen gazon, en op meerdere plekken in het gebouw hangen werken van regionale makers als Carlisle Burch en rocki swiderski.
Waarom dit project luxueus voelt zonder luxueus te doen
Luxe woontorens zijn doorgaans pronkstukken. Marmer in de lobby, een conciërge in livrei, een infinity pool die uitkijkt op de skyline. Ray Phoenix kiest een andere route. De gevel doet zichzelf niet luider dan nodig, de openbare ruimtes ademen eerder kunstinstituut dan vijfsterrenhotel. Het is een lezing van luxe die je meer in Kopenhagen of Tokio ziet dan in Arizona: minder over status, meer over context.
Dat sluit aan bij een patroon dat we vaker terugzien in het portfolio van architecten die rustig doorbouwen. Tadao Ando werkt op zijn 84e nog steeds zo, met ruwe oppervlakken en doordachte lichtinval als belangrijkste materiaal. Johnston Marklee leunt op een soortgelijke filosofie: het gebouw moet werken, niet schreeuwen.
Wat de kritiek is en waar zij wringt
Niet iedereen is overtuigd. Op architectuurfora vragen sommige bewoners zich af of mintgroen over tien jaar nog houdbaar voelt of dat het tegen die tijd dateert als een mid-century revival die net iets te lang bleef hangen. Anderen wijzen erop dat een 26 verdiepingen tellend gebouw onvermijdelijk de wijk verandert. Roosevelt Row is een van de weinige plekken in Phoenix waar je nog kleine galeries, food trucks en oude rijwoningen vindt. Een gentrificerende toren naast die korrel is bij voorbaat omstreden.
Die spanning is niet nieuw. Bij elke grote oplevering in een opkomende kunstwijk speelt dezelfde discussie, of het nu om Gehry's nieuwste museumcomplex in Abu Dhabi gaat of om hoogbouw in Berlijn-Mitte. Dat Ray Phoenix er expliciet voor kiest om kunst centraal te zetten, kan de wijk versterken of juist verdrijven wat hem aantrekkelijk maakte. Welke kant het opvalt, weten we pas over enkele jaren.
Wat dit project nu al toevoegt aan het debat
Wat Ray Phoenix interessant maakt voor liefhebbers van architectuur, is niet zozeer de hoogte of de kostprijs. Het is de durf om een toren in de woestijn niet te willen kameleonen tegen de omgeving, maar er een nieuwe kleur aan toe te voegen. Zoals Wright bij Taliesin West koos voor okerrood en zandgele structuren die rezen uit de grond, kiest Johnston Marklee voor een tint die uit dezelfde flora komt maar net wel opvalt. Dat is geen ongerichte gok. Dat is een statement over wat luxe in een stad als Phoenix zou kunnen betekenen: niet schreeuwen tegen de zon, maar haar laten werken op een rustig, doordacht oppervlak.
Of Ray Phoenix de standaard wordt voor de volgende generatie hoogbouw in het zuidwesten, is een open vraag. Maar dat de toren een gesprek opent dat al jaren niet meer werd gevoerd in Arizona, staat vast. Voor wie het zelf wil zien: het gebouw verhuurt nu. Voor wie het wil lezen: The Architect's Newspaper en Wallpaper publiceerden uitgebreide dossiers over het ontwerpproces.