Op zondag 19 april opende in Los Angeles het gebouw waarop de architectuurwereld al twintig jaar wacht. De David Geffen Galleries, ontworpen door Peter Zumthor voor het Los Angeles County Museum of Art, is het eerste gebouw dat de Zwitserse Pritzker-laureaat ooit in Amerika afmaakt. Het kost 724 miljoen dollar, het zweeft als een betonnen brug van 274 meter over Wilshire Boulevard en het krijgt op die schaal precies de reactie die je verwacht bij een ontwerp dat alles wil omkeren wat een museum doorgaans doet. Iedereen heeft een mening. Bijna niemand vindt het lauw.
Een betonnen brug van 274 meter over een drukke straat
Wat Zumthor in Los Angeles neerzette, lijkt op niets dat hij eerder bouwde. De Therme in Vals, de Bruder-Klaus-Kapelle, de Kolumba in Keulen, het zijn allemaal kleine, ingetogen objecten van massieve materialen. De David Geffen Galleries zijn precies het tegendeel. Een horizontale plak van glas en beton van ruim 270 meter lang rust op zeven gestileerde paviljoens, alsof het hele museum één etage hoog werd opgetild en over Wilshire Boulevard heen werd gelegd. Onder die plak ligt 1,4 hectare schaduwrijke openbare ruimte met een theater, een restaurant, ontmoetingsplekken en een hervonden fonteinwerk van Alexander Calder uit 1964 in een nieuw waterbassin van Zumthor zelf.
De expositieverdieping zelf is één doorlopende vloer ontworpen door beeldend kunstenaar Mariana Castillo Deball als één groot kunstwerk. Daarop staan ongeveer 155.000 objecten uit zesduizend jaar kunstgeschiedenis. Er zijn geen aparte zalen voor Egyptische beelden, voor Aziatische keramiek of voor Europese schilderijen. Alles staat door elkaar. Dat is geen detail. Dat is het hart van de discussie.
Een Pulitzer-winnende criticus die niet bijdraait
De felste kritiek komt al jaren van één man. Christopher Knight, kunstcriticus van de Los Angeles Times, won in 2020 de Pulitzer voor zijn essays tegen het Zumthor-ontwerp. Hij noemde LACMA destijds het krimpende museum en vroeg zich af waarom het bestuur honderden miljoenen ophaalt om vervolgens minder tentoonstellingsruimte over te houden dan het oude complex. De nieuwbouw verving namelijk vier eerdere gebouwen op het terrein die werden gesloopt.
Knight heeft zijn standpunt sinds de opening niet bijgesteld. Hij vindt de indeling chaotisch, de looplijn onnavolgbaar en de hiërarchie van de collectie zoek. De Ahmanson Foundation, die vijftig jaar lang kunst aan LACMA schonk, brak in 2020 het partnerschap af omdat ze geen vertrouwen had in het ontwerp. Het is een van de zwaarste donateurs-conflicten die een Amerikaans museum ooit heeft gehad.
724 miljoen dollar voor minder vierkante meter
Het bedrag van 724 miljoen dollar is voor één gebouw in Los Angeles geen recordsom, maar de uitkomst is wel uitzonderlijk. LACMA heeft nu één doorlopende vloer in plaats van vier afzonderlijke gebouwen, en die ene vloer biedt iets minder oppervlakte. Daar staat tegenover dat een groot deel van de collectie voor het eerst in decennia weer aan publiek te zien is. De openingsgala bracht 11,5 miljoen dollar op, een record voor het museum. De eerste grote review in The Art Newspaper kwam uit op vier sterren, met een toon van fascinatie en lichte irritatie tegelijk. Geen vernietiging. Geen overgave.
Wat er binnen gebeurt is iets totaal anders
De radicale keuze van Zumthor en LACMA-directeur Michael Govan is dit. Ze laten de gebruikelijke logica van een encyclopedisch museum los. Een Romeinse buste kan naast een Maya-masker staan. Een Italiaans renaissance-schilderij hangt vlakbij een Japanse vouwwand. Etiketten, datering, herkomstland, dat zijn niet meer de assen waarlangs de bezoeker zich beweegt. De openingstentoonstelling neemt de Stille, Indische en Atlantische Oceaan plus de Middellandse Zee als ordeningsprincipe in plaats van eeuw of cultuur. Voor de ene criticus is dat een herschrijving van de kunstgeschiedenis die culturele hiërarchieën sloopt. Voor de andere is het verdwalen in een betonnen labyrint zonder gids. Net zoals de critici eerder Bjarke Ingels onderuit haalden, lijkt ook hier de architect een gebouw te hebben afgeleverd waarover je niet neutraal kunt blijven.
Zumthor op 82 en op vreemd terrein
Zumthor is dit jaar 82. Hij staat bekend als de architect van het kleine, intieme, materiële gebouw. Vals, Kolumba, de Steilneset-monumenten in Noorwegen, dat zijn werken op een schaal die hij volledig kan controleren. LACMA bouwt op een schaal die geen enkele Zwitserse opdracht eerder van hem vroeg. Ter vergelijking, Tadao Ando bouwt op zijn 84e nog steeds in volle vaart door, maar op terrein dat hij door en door kent. Voor Zumthor was de Geffen Galleries het eerste grote Amerikaanse project, ontworpen voor een klimaat, een bouwtraditie en een publiek dat hem niet vertrouwde. Het feit dat het er staat, is op zichzelf een prestatie.
Waarom dit gebouw zoveel woede oproept
Wat Zumthor in Los Angeles ontwierp, zegt iets over wat een museum nu nog wil zijn. Wie het oude LACMA goed kende, ziet vier vertrouwde gebouwen verdwijnen voor één theoretisch concept dat alleen werkt als je het bereid bent te omarmen. Wie LACMA nooit eerder bezocht, krijgt een betonnen brug op stelten die afwijkt van alles dat de Amerikaanse museumarchitectuur sinds Gehry's Bilbao heeft gezien. Beide reacties zijn legitiem. De afstand tussen liefde en woede is bij dit gebouw kleiner dan ooit, en dat is precies wat een gebouw doet dat er echt toe doet, je kunt er niet neutraal naar kijken.