Architectuur

Kengo Kuma omarmt een gotische kathedraal met vijf bogen

· 6 min leestijd

Op 9 april ging een betonnen portaal open voor de westgevel van de kathedraal van Angers. Een Japanse architect bouwde het, en de gotische gevel erachter staat er sinds de twaalfde eeuw. Dat klinkt als een botsing, maar in werkelijkheid eert het ene gebouw het andere.

De ingreep komt van Kengo Kuma, een van de bekendste levende architecten van Japan. Zijn nieuwe portaal heet La Galilée de Saint-Maurice en bestaat uit vijf bogen die samen een 21 meter lange voorhal vormen. Architectuurplatform Dezeen pikte het werk eind april op, en sindsdien gaat de discussie. Want wat doet een Japanse architect in de Loire-vallei?

Een voorportaal dat tweehonderd jaar weg was

De plek waar Kuma's portaal nu staat, was eeuwen geleden ook al overdekt. Vanaf de eerste decennia van de dertiende eeuw stond er een houten luifel voor de westportaal van de kathedraal Saint-Maurice. Die luifel beschermde de beeldhouwwerken in het portaal tegen regen en zon. In 1807, midden in de Napoleontische periode, ging het hele bouwwerk tegen de vlakte.

In 2009 maakten restauratoren een opmerkelijke ontdekking. Onder lagen verf en vuil zat polychroom beeldhouwwerk uit de twaalfde eeuw verborgen. Ook bleek dat ergens in de zeventiende eeuw nieuwe sculpturen waren toegevoegd, allemaal in kleur. Die kleuren overleefden alleen omdat ze tweehonderd jaar onbedekt stonden in een nis. Zonder beschutting tegen regen en uv-licht verdwijnen ze alsnog. Het bisdom Angers schreef daarom een internationale prijsvraag uit.

Vijf bogen en beton uit de Loire

Kuma won de competitie. Zijn ontwerp is een rechthoekig volume van 21 meter lang, gehakt door vijf hoge bogen. Door die bogen zie je de oude gevel met de beeldhouwwerken erachter. De openingen zijn ongelijk: ze worden breder naar het midden toe en bouwen mee aan de visuele rust van de massa.

Het materiaal is geen witte natuursteen, maar ter plekke gegoten beton. Kuma gebruikte aggregaten uit de Loire-streek. Daardoor sluit de toon van het beton dicht aan op het Franse kalksteen van de kathedraal, zonder het te imiteren. De textuur blijft strakker en gladder dan het oorspronkelijke metselwerk. Dat verschil is bewust.

Door alles ter plekke te gieten in plaats van prefab te assembleren, krijgt het portaal volgens het bureau "een doorlopende, gehouwen kwaliteit". Het effect is alsof de massa is geboetseerd in plaats van gemonteerd. Bezoekers staan straks onder een continu volume zonder voegen en lassen.

Met de middeleeuwse bouwer als ijking

In de toelichting bij het project schrijft het Japanse bureau dat het zich heeft willen "verplaatsen in de schoenen van de middeleeuwse bouwers". Dat klinkt als een marketingzin, maar de ontwerpmethode onderbouwt het. Kuma's team gebruikte passers om de proporties op papier te zetten. Dezelfde meetkunde lag in de Middeleeuwen aan de basis van iedere kathedraal.

Door die methode kreeg Kuma een set verhoudingen die direct verwant is aan de gotiek erachter. De boogvorm zelf is bovendien geen gotische spitsboog. Het is een eenvoudige rondboog, ouder dan de gotiek zelf, en daardoor een neutrale partner. De rondboog is van iedereen, en daarmee niet van de twintigste eeuw of van de eenentwintigste.

Voor wie het werk van Kuma kent, is dit niet vreemd. Zijn architectuur draait al jaren om de overtuiging dat een nieuw gebouw zich moet verhouden tot zijn omgeving, niet ertegen afzetten. Hij staat bekend om houten interventies in Japanse landschappen, zoals de Yusuhara Wooden Bridge, en om subtiele ingrepen in oude structuren. Dit project ligt in dezelfde lijn, alleen is de partner een Frans monument.

Het debat over hedendaagse toevoegingen

Niet iedereen is overtuigd. Een lezer reageerde onder het Dezeen-artikel met de zin "een mooi gezicht met een VR-headset op", waarbij hij het portaal vergeleek met een onhandige toevoeging die het origineel verstoort. Het is een argument dat al langer speelt in de Europese architectuur. Mag je een twaalfde-eeuwse gevel überhaupt aanvullen met iets nieuws, of niet?

Vergelijkbare discussies zien we bij de eindelijk voltooide Sagrada Familia in Barcelona en bij het nieuwe LACMA-gebouw in Los Angeles. Daar wordt continu de spanning gevoeld tussen continuïteit en breuk. Het verschil bij Angers is de schaal. Kuma's portaal is bewust klein gehouden. Het overschaduwt de kathedraal niet, het hangt eraan vast als een rustige beschermkap.

Wat dit betekent voor het wonen van morgen

De ingreep in Angers staat niet op zichzelf. In Europa staan honderden middeleeuwse kerken met problemen die op die van Angers lijken. Sculpturen verweren, daken lekken, beelden verbleken. De klassieke restauratie probeert alles in originele staat terug te brengen. De nieuwere lijn, waar Kuma in zit, voegt openlijk iets eigentijds toe ter bescherming van het oude.

Diezelfde gedachte werkt door in private architectuur. Eigenaren van oude boerderijen, monumentale grachtenpanden en historische villa's krijgen steeds vaker het advies om uitbreidingen niet te laten lijken op het origineel. Een glazen tussenlid, een betonnen aanbouw, een houten vleugel: het hoeft niet op de oude bouwstijl te lijken om te kloppen. Wat wel moet, zijn de proporties. Daar zit Kuma's les voor de woonarchitectuur.

Het hangt aan grote namen zoals Kuma, Bjarke Ingels en Snøhetta om die methode geloofwaardig te maken. Werkt het ontwerp, dan ontstaat een gebouw met twee tijden tegelijk: de twaalfde eeuw en de eenentwintigste, in dezelfde rust.

Het portaal in Angers is sinds 9 april dagelijks open voor publiek. De polychrome sculpturen erachter staan voor het eerst in twee eeuwen weer onder een dak.

V
Geschreven door Vera Hendriksen Interieur redacteur

Vera studeerde interieurarchitectuur in Eindhoven en ontwikkelde daar een zwak voor Scandinavisch design dat inmiddels meer een obsessie is. Ze kan uren praten over de juiste kleurtemperatuur van een lamp en heeft haar eigen woonkamer al zeven keer opnieuw ingericht, telkens met het excuus dat het vorige concept niet meer bij haar paste. Haar kat, die bij elke verbouwing weer een nieuw favoriete plekje moet zoeken, vindt dat aanzienlijk minder leuk dan zij. Tussen het herinrichten door schrijft ze artikelen over woontrends die ze zelf ook daadwerkelijk toepast, wat haar creditcardafschrift maandelijks bevestigt. Haar guilty pleasure is keukenshowrooms bezoeken zonder koopplannen, puur voor de inspiratie. Collega's noemen haar de enige persoon die oprecht enthousiast kan worden van een nieuw type deurklink.