Architectuur

Het nieuwe LACMA zweeft en verdeelt de architectuurwereld

· 6 min leestijd

Afgelopen weekend opende in Los Angeles een gebouw waar twintig jaar naartoe is gewerkt, en dat na de eerste dag al zowel werd omarmd als verguisd. De David Geffen Galleries, het nieuwe onderkomen van de permanente collectie van het Los Angeles County Museum of Art, zijn een ontwerp van de Zwitserse architect Peter Zumthor. Het is een betonnen gebouw van 274 meter lang, dat op slanke pijlers over Wilshire Boulevard zweeft. De bouw kostte ruim 724 miljoen dollar. En dat is nog niet eens het omstreden deel.

Een reus die over de straat heen stapt

Zumthor noemt zijn ontwerp een "fluid concrete form" en dat is geen loze marketingtaal. De amoebachtige plattegrond zweeft op een reeks pijlers en neemt zo letterlijk een hap uit de stadsstructuur, waarbij Wilshire Boulevard onder het gebouw doorloopt. Zeven betonnen kernen dragen de hele massa. Onder en boven de galerijen zitten donkere betonnen platen, ertussen vloer-tot-plafond glas met bronzen kozijnen. Buiten lopen trappen van negen meter naar boven, binnen beweeg je van oceaan naar oceaan.

De verschuiving naar zwaardere materialen die in de internationale architectuur speelt, is hier in één project samengebald. Glas is er nog, maar het zit nu ingeklemd tussen bronzen lijsten en dikke betonplaten, niet langer als de ster. Met 10.220 vierkante meter galerijruimte verdubbelt het nieuwe gebouw bijna de tentoonstellingsruimte van LACMA, en vervangt vier verouderde bouwwerken die de sloophamer kregen.

De keuze voor Zumthor was al jaren omstreden

Peter Zumthor is 82, gelauwerd met de Pritzker Prize, en beroemd om kleine, bijna sacrale bouwwerken zoals zijn thermale baden in Vals en het Kolumba-museum in Keulen. Nooit eerder werkte hij op een schaal als deze, en nooit eerder bouwde hij in de Verenigde Staten. LACMA-directeur Michael Govan koos hem zonder openbare competitie, een beslissing die in 2013 al kwaad bloed zette in vakkringen.

Zijn oeuvre is opvallend intiem: een veldkapel voor de Heilige Niklaus van Flüe op Duits akkerland, een herbergachtig bezoekerscentrum bij een mijnschacht in Allmannajuvet, het Kolumba naast de ruïnes van een gotische kerk. Gebouwen voor stilte en concentratie. LACMA is iets anders. Ruim zeven keer zoveel vloeroppervlak als wat hij eerder ooit tekende, gesitueerd in het hart van een miljoenenstad, en voorzien van een publieksprogramma dat op topdagen richting duizenden mensen loopt. Die schaalsprong werd door zijn criticasters al vroeg als een gok gezien.

De vergelijking die architectuurredacteuren nu maken gaat terug naar 1997, toen het Getty Center van Richard Meier opende. Sindsdien heeft geen enkel gebouw in Los Angeles zo veel discussie opgeleverd als dit. Dat past in een bredere ontwikkeling waarin star-architecten steeds vaker prestigeprojecten aannemen buiten hun comfortzone.

Binnen is het een labyrint, geen galerij

De grootste verrassing zit niet in de buitenkant maar erin. In plaats van één doorlopende enfilade koos Zumthor voor 26 afzonderlijke galerijen die volgens de architectuurrecensie van Wallpaper meer op bunkers lijken. Elke ruimte heeft een eigen karakter, met 360-graden ramen die de stad naar binnen halen of juist dicht blijven. Bezoekers dwalen rond in plaats van dat ze een uitgestippelde route volgen.

De inrichting breekt met bijna elke museumconventie die je kent. Geen ordening op medium, geen chronologie, maar een framework van oceanen: Pacific, Indian, Atlantic en Mediterranean. Tussen de tweeduizendvijfhonderd tot drieduizend objecten staan werken van Van Gogh, Matisse, Francis Bacon en Georges de La Tour naast elkaar omdat ze culturele uitwisseling over zeeën laten zien, niet omdat ze uit hetzelfde tijdvak komen. De noordvleugel heeft na een donatie van vijftig miljoen dollar de naam Elaine Wynn Wing gekregen.

De eerste kritieken zijn verrassend tweeslachtig

Een reviewer van Wallpaper bezocht het gebouw om elf uur 's ochtends en noemde het een "dismal, dated, inelegant brute". Vier uur later stond diezelfde reviewer opnieuw bij de ingang en kwam tot een radicaal andere slotsom: "brilliant innovation and true gift to the city". Datzelfde gebouw, datzelfde beton, ander licht.

De structurele bezwaren zijn hardnekkiger. Het kale beton dempt geluid nauwelijks, waardoor videokunst doorklinkt tot in verre hoeken. Door ramen op bijna elke wand heeft Zumthor minder hangruimte geschapen dan het oude museum bood, een merkwaardige keuze voor een kunstinstelling. En de lichtval rond zuidelijk middaguur kan schilderijen ongenadig plat maken. Govan en Zumthor hebben bewust gekozen voor vloerruimte boven wandruimte, wat past bij de sterkste collectieonderdelen van LACMA in marmer, steen en keramiek, maar de schildersafdeling krijgt het moeilijker.

Wat dit zegt over de volgende museumgeneratie

Wat Zumthor in Los Angeles heeft neergezet, staat haaks op de transparante glaspaleizen waar musea sinds de jaren negentig op leunen. Het is zwaar, donker, ondoordringbaar, en durft de bezoeker kwijt te raken. Die beweging sluit aan bij een bredere trend waarin architecten weer vertrouwen op kleinere, afgebakende ruimtes in plaats van de eindeloze open vloer. Of de David Geffen Galleries over tien jaar als keerpunt worden gezien of als dure misstap, hangt af van iets simpels: of bezoekers zich in die 26 bunkers daadwerkelijk thuis voelen tussen de kunst. En dat oordeel valt niet tijdens een opening gala.

V
Geschreven door Vera Hendriksen Interieur redacteur

Vera studeerde interieurarchitectuur in Eindhoven en ontwikkelde daar een zwak voor Scandinavisch design dat inmiddels meer een obsessie is. Ze kan uren praten over de juiste kleurtemperatuur van een lamp en heeft haar eigen woonkamer al zeven keer opnieuw ingericht, telkens met het excuus dat het vorige concept niet meer bij haar paste. Haar kat, die bij elke verbouwing weer een nieuw favoriete plekje moet zoeken, vindt dat aanzienlijk minder leuk dan zij. Tussen het herinrichten door schrijft ze artikelen over woontrends die ze zelf ook daadwerkelijk toepast, wat haar creditcardafschrift maandelijks bevestigt. Haar guilty pleasure is keukenshowrooms bezoeken zonder koopplannen, puur voor de inspiratie. Collega's noemen haar de enige persoon die oprecht enthousiast kan worden van een nieuw type deurklink.