Marknesse, een dorp ergens midden in de Noordoostpolder, is geen plek waar je verwacht dat de bouw van de toekomst begint. Toch staan daar sinds vorig jaar twaalf rijtjeshuizen die de gemiddelde Nederlandse nieuwbouw, of die nu sociale huur of dikbetaalde villabouw is, op een pijnlijk punt voorbijstreven: hoe radicaal je echt biobased kunt bouwen.
De woningen zijn ontworpen door het Nijmeegse bureau ORGA en gerealiseerd in opdracht van woningcorporatie Mercatus. Het zijn dus geen prestigeprojecten. De huurprijs is gewoon sociaal. Maar in materiaalgebruik laten ze de gemiddelde villa, het gemiddelde grachtenpand en zeker de gemiddelde nieuwbouwwijk ver achter zich.
Driekwart van het huis is plant
De cijfers spreken voor zich. Boven het maaiveld bestaat 76 procent van het bouwmateriaal uit hernieuwbare en circulaire grondstoffen. Alleen de fundering is nog van beton. Daarboven zit een houtskeletconstructie met natuurlijke isolatie van houtvezel, prefab in een fabriek in elkaar gezet en in een paar dagen op de polderbodem geplaatst.
Ter vergelijking: in heel Nederland was eind 2024 minder dan 3 procent van het materiaal in nieuwbouwwoningen biobased. Geen typo. Drie procent. De rijksoverheid heeft inmiddels 200 miljoen euro vrijgemaakt om dat percentage in 2030 op te krikken naar minstens 30 procent biobased materiaal in 30 procent van de nieuwbouw. ORGA loopt met dit prototype dus geen paar jaar maar een hele bouwgeneratie voor.
Geen folie, alles ademt
De meest tegendraadse keuze in het ontwerp is misschien wel onzichtbaar. In een conventionele Nederlandse nieuwbouwwoning zit overal plastic dampremmende folie: rond het hout, achter de gipsplaten, onder de dakpannen. Folie regelt het vocht dat door isolatie en constructie zou willen trekken. ORGA heeft het er allemaal uitgelaten.
In plaats daarvan is de hele opbouw dampopen. Vocht beweegt langzaam door de constructie en kan aan beide kanten weer uittreden. Dat klinkt als een detail, maar het verandert hoe een huis ouder wordt. Geen folie betekent geen kunststof dat afbreekt en lekt, geen condens die zich op verkeerde plekken ophoopt en geen plastic in de afvalstroom als het huis ooit weer wordt gesloopt. Het hout krijgt de kans om te doen wat hout van nature doet: zich aanpassen aan het binnenklimaat.
Een biobased Delfts Rood
Wat het project nog interessanter maakt, is dat het er niet uit wil zien als een experiment. De Noordoostpolder kent een eigen architectonische traditie, een soort sober naoorlogs Delfts Rood, met bakstenen wanden, eenvoudige kappen en strakke straatprofielen. ORGA heeft die taal niet vermeden maar opnieuw ingevuld met andere middelen. De volumes zijn vertrouwd, de proporties poldernuchter, alleen zijn de bouwblokjes geen baksteen meer maar planken en vezels.
Op de eindgevels staan de iconische schoorstenen, alleen voeren ze geen rook meer af. Ze zijn ingericht als nestplek voor vleermuizen, een knipoog naar het verleden en tegelijk een ecologisch gebaar in een polder waar steeds minder schuilplekken voor wilde fauna overblijven. Het is dezelfde houding waarmee Nederlandse bureaus de laatste jaren werken: traditie als startpunt, niet als eindstation. Studioninedots stapelt in Amsterdam een huis als losse dozen en ook de hernieuwde aandacht voor sierlijke gemetselde gevels past in dezelfde beweging.
Met een paspoort op naam
Elk huis heeft een Madaster-dossier: een digitaal paspoort waarin precies staat welke materialen zijn gebruikt en waar in het gebouw ze zitten. Een soort identiteitsbewijs voor het pand. Wie het over twintig jaar wil verbouwen, kan zien hoeveel houtvezel er in de wand zit en die in het gunstige geval hergebruiken voor een volgende toepassing. Voor woningcorporaties is dat ook praktisch interessant: de gebouwen worden op termijn waardevol als materiaalvoorraad, niet alleen als woningvoorraad.
ORGA heeft de circulaire denkwijze ook tijdens de bouw doorgevoerd. Het hout dat overbleef van de gevelbekleding ging naar een werkplaats van het Leger des Heils, waar er brievenbussen van zijn gemaakt. Dat klinkt symbolisch, maar het toont dat de circulaire keten verder loopt dan het bouwbestek alleen.
Wat dit zegt over de luxe-bouw
Voor de gemiddelde lezer van een woonblad voelt sociale huur in Flevoland misschien ver weg. Maar er ligt een ongemakkelijke vraag onder dit project. Als een corporatie met een beperkt budget twaalf woningen kan neerzetten waarvan driekwart biobased is, folievrij is uitgevoerd en met een materiaalpaspoort is gedocumenteerd, waarom doet de premiumbouw dat dan nog niet?
In het hoge segment van de woningmarkt wordt veel gepraat over duurzaam wonen, maar in de praktijk gaat dat vaak over zonnepanelen op een verder volstrekt conventionele villa van beton, baksteen en PUR-schuim. ORGA laat in Marknesse zien dat een radicaal andere materiaalkeuze niet alleen technisch haalbaar is maar bovendien op grote schaal te kopiëren, en dat in een vorm die niet opvallend modern hoeft te zijn. Acht Nederlandse gebouwen vechten dit voorjaar om de BNA-titel, en of biobased prototypes als deze in toekomstige edities tussen de finalisten staan, zegt iets over hoe serieus de sector zijn eigen klimaatambities neemt.
Wie nu een huis laat bouwen, zou bij de aannemer eens moeten vragen wat het percentage biobased materiaal wordt. Het antwoord is waarschijnlijk niet 76. Het kan wel.