De Branchevereniging Nederlandse Architectenbureaus heeft de acht gebouwen aangewezen die kans maken op de titel Beste Gebouw van het Jaar 2026. Uit 79 inzendingen koos de vakjury onder leiding van oud-minister Winnie Sorgdrager een rij projecten die laat zien waar de Nederlandse bouw op dit moment heen wil: meer hout, meer sociaal, en gebouwen die werken voor verschillende generaties tegelijk.
Het lijstje loopt sterk uiteen. Een Chinese sterarchitect maakt een museum over migratie. Een Rotterdams woongebouw is bijna helemaal van hout. In het Groningse Stedum staat een hofje voor veertien sociale huurwoningen op een plek die door aardbevingen letterlijk werd opgegeven. En tussen al dat publieke werk staat een hoofdkantoor dat zijn eigen schaduw is, namelijk dat van De Nederlandsche Bank in Amsterdam.
Wat de BNA-prijs onderscheidt
Het gaat hier niet alleen om de mooiste gevel. De vakjury beoordeelt vier dingen tegelijk: architectonische kwaliteit, gebruiks- en belevingswaarde, maatschappelijke betekenis, en de manier waarop architect, opdrachtgever en gebruiker met elkaar zijn omgegaan. Dat laatste maakt de prijs in de Nederlandse architectuurwereld bijzonder. Een mooi gebouw waar niemand prettig in zit komt hier nooit ver. Net als bij de Reynaers Projectprijs draait het om het totaalplaatje, niet om een enkel spectaculair detail.
Voorzitter Winnie Sorgdrager, oud-minister van Justitie en minister van staat, leidt dit jaar de jury. De winnaar wordt op donderdag 4 juni om 20.00 uur aangekondigd in de Centrale Markthal in Amsterdam. Tot die tijd staat er een publieksstemming open op de site van de BNA, te vinden via de officiele prijspagina.
Drie gebouwen die er nu al uitspringen
Fenix in Rotterdam staat in de categorie Identiteit en Icoonwaarde en is ontworpen door MAD Architects, Bureau Polderman en EGM architecten. Het is het eerste Nederlandse project van Ma Yansong, de Chinese architect die wereldwijd bekend werd met zijn organische, golvende vormen. Fenix is een migratiemuseum gevestigd in een herbestemd havenpand op Katendrecht, met een spiraalvormig dak dat als nieuw daklandschap boven de oude havenstructuur ligt. Het gebouw vertelt het verhaal van de miljoenen mensen die via Rotterdam zijn vertrokken of aangekomen, en dat verhaal zit zichtbaar in de vorm.
SAWA, ook in Rotterdam, is een totaal ander verhaal. Het 50 meter hoge woongebouw van Mei architects and planners is voor het overgrote deel uit hout opgetrokken, en de jury nomineerde het in de categorie Leefbaarheid en Sociale Cohesie. Brede galerijen vol planten lopen rond het gebouw, en het ontwerp moedigt ontmoeting tussen bewoners aan, iets wat in een hoogbouwgebouw zelden goed lukt. Voor wie het volgde is dit geen experiment meer, maar een serieus voorstel voor hoe je in de Nederlandse stad kunt wonen.
Nij Nittersum in Stedum is misschien wel het meest verrassend. Op een erf in het Groningse aardbevingsgebied verrees een meergeneratiehofje met veertien sociale huurwoningen. Geen designstunt, geen iconische gevel, gewoon een plek waar oudere en jongere bewoners samenwonen op een plek waar veel mensen vertrokken. Dat zo'n project nu naast een hoofdkantoor van DNB op de shortlist staat, zegt iets over hoe de jury de prijs invult.
De vijf andere genomineerden
Naast deze drie staan er nog vijf gebouwen op de lijst. Vier ervan zijn Amsterdams. De Nederlandsche Bank kreeg een grondige verbouwing van de Frederiksplein-toren. De Telefoondienst is een herbestemd telecomgebouw, Station Wildeman ligt in Nieuw-West, en Xplore Agora is een nieuw onderzoeksgebouw. Tot slot maakt het Schoonhovens College in Schoonhoven kans, een schoolgebouw waar lesgeven en sociaal samenkomen letterlijk in elkaar overlopen.
Amsterdam blijft een laboratorium voor wat er in de stad mogelijk is. Eerdere experimenten met stapelen en verschuiven laten zien dat de hoofdstad gewend is geraakt aan ontwerpers die de logica van een doos durven loslaten.
Wat de jury werkelijk weegt
Wie de afgelopen winnaars op een rij zet, herkent een patroon. Het Nationaal Holocaustmuseum won vorig jaar. Daarvoor stonden ook hofjes, scholen en herbestemmingen op de podiumlijst. Spectaculaire wolkenkrabbers winnen zelden, en de jury legt het zwaartepunt steeds duidelijker op gebouwen die iets toevoegen aan een buurt of een groep mensen.
Tegelijk speelt de bouwtechniek mee. Het terugkerend ambacht in moderne gevels is geen losstaande modegril, je ziet hetzelfde in de keuze voor hout bij SAWA en in de zorgvuldige metselsteen bij Nij Nittersum. De jury beloont architecten die materialen serieus nemen.
Wat dit betekent voor wie binnen wil kijken
De BNA opent een publieksstemming die loopt tot dinsdag 26 mei. Wie wil meekijken kan de genomineerden bezoeken of via foto- en filmmateriaal langslopen op de site van de BNA. Veel projecten zijn vrij toegankelijk: Fenix in Rotterdam is een museum, Station Wildeman is een treinstation, en het Schoonhovens College is een werkende school.
Op donderdag 4 juni valt in de Centrale Markthal in Amsterdam de beslissing. Voor wie de Nederlandse architectuur graag in beweging ziet komen is dat een avond om te volgen, want de winnaar zegt vaak meer over waar de bouw heen gaat dan over een enkel gebouw. Een uitgebreide samenvatting per project staat op Architectenweb.