Architectuur

Dit museum kostte een fortuin en ligt nu onder vuur

· 6 min leestijd

In Los Angeles opende in april een museumgebouw van 724 miljoen dollar dat critici in twee kampen splijt. Het is het werk van Peter Zumthor, de Zwitserse architect die in 2009 de Pritzker Prize won, en het moest het nieuwe visitekaartje worden van het Los Angeles County Museum of Art. In plaats daarvan kreeg het gebouw een storm van kritiek over zich heen, terwijl andere critici het juist "spectaculair" noemen. Voor iedereen die droomt van grootse verbouwingen is dit verhaal een waarschuwing en een inspiratiebron tegelijk.

De discussie over wat een goed gebouw maakt speelt niet alleen in Nederland. In Los Angeles is die vraag inmiddels uitgegroeid tot een publiek conflict tussen het museum, critici en de stad zelf.

Een museum dat over de straat zweeft

De David Geffen Galleries, zoals het gebouw officieel heet, doet niets halfslachtig. Het gebouw is een 274 meter lang, slingerend betonnen lint dat letterlijk over Wilshire Boulevard heen buigt. De expositieruimte hangt zo'n negen meter boven straatniveau, gedragen door zeven massieve betonnen pilaren die ook een theater, een educatiecentrum, een museumwinkel en een wijnbar herbergen.

Binnen is alles op één verdieping ondergebracht, zonder de gebruikelijke scheiding tussen afdelingen of tijdperken. Zo'n 155.000 kunstwerken uit 6.000 jaar kunstgeschiedenis staan door elkaar, niet chronologisch of geografisch gerangschikt, maar volgens thema. Grote glazen wanden geven uitzicht op de stad en de nabijgelegen La Brea Tar Pits, waardoor bezoekers ook binnen nooit helemaal loskomen van Los Angeles zelf.

Zevenhonderdvierentwintig miljoen dollar en toch minder ruimte

Het prijskaartje is waar het pas echt schuurt. De bouw kostte uiteindelijk 724 miljoen dollar, ver boven de eerste ramingen. Zumthor had voor dit project nog nooit een gebouw van deze schaal voltooid, en critici wezen vooraf al op zijn geschiedenis van budgetoverschrijdingen elders.

Voor dat bedrag leverde het museum ook nog eens ruimte in. De nieuwe galerieën hebben zo'n 1.000 vierkante meter minder tentoonstellingsoppervlak dan de vier oudere gebouwen die ervoor gesloopt zijn. Die sloop riep zelf ook vragen op: waarom een seismische renovatie van bestaande panden overslaan voor een compleet nieuw gebouw in beton, met alle milieu-impact van dien?

Critici noemen het eentonig, anderen spectaculair

Voormalig kunstcriticus Christopher Knight noemde het resultaat "eentonig" en had kritiek op de thematische in plaats van chronologische opstelling. Bezoekers klagen over de kille, grijze betonvloeren en -wanden die zwaar zijn voor ogen en lichaam, en over een akoestiek die alles behalve rustig aanvoelt. Er staan te weinig bankjes voor een gebouw waar je nu eenmaal veel moet lopen.

Tegenover die kritiek staat een andere lezing. Recensent Michael Kimmelman noemde het gebouw juist "spectaculair" en prees de indeling, die bezoekers aanmoedigt om te dwalen in plaats van een vaste route te volgen. Diezelfde openheid die de ene criticus koud vindt, ervaart de andere als bevrijdend.

Bewoners van Los Angeles kwamen zelf in verzet

De discussie bleef niet beperkt tot vakbladen. Een groep bewoners richtte de belangenorganisatie Save LACMA op en probeerde via een referendum de gemeentelijke financiering van het museum te beperken. Een tweede groep, de Citizens' Brigade to Save LACMA, organiseerde zelfs een internationale ontwerpwedstrijd om een alternatief plan voor het museum te bedenken.

Het venijn zat vooral in het proces. Museumdirecteur Michael Govan koos naar verluidt zelf zijn architect, hield begrotingen en bouwtekeningen jarenlang uit de publiciteit en negeerde volgens betrokkenen input van zijn eigen conservatoren. Voor een gebouw dat grotendeels met publiek geld gefinancierd is, voelde dat voor veel Angelenos als een gemiste kans op inspraak.

Wat dit verhaal leert over grootse architectuur

Het contrast met de bescheiden architectuur die juist niet wil opvallen kan bijna niet groter zijn. Waar dat soort gebouwen juist rust en vanzelfsprekendheid nastreven, kiest Zumthor voor een statement dat niemand onberoerd laat. Beide benaderingen hebben hun plek, maar het verschil in reacties laat wel zien hoe risicovol een ambitieus ontwerp kan zijn zodra het de tekentafel verlaat.

Voor wie zelf een verbouwing of nieuwbouw overweegt, zit de les niet in het vermijden van gedurfde keuzes, maar in het bewaken van de balans tussen visie en bruikbaarheid. Een opvallend ontwerp trekt aandacht, maar een ruimte moet ook prettig blijven om in te verblijven. Zumthors museum bewijst dat zelfs 724 miljoen dollar en een Pritzker Prize geen garantie zijn dat beide doelen samenkomen.

M
Geschreven door Maarten de Groot Wonen & klussen schrijver

Maarten is timmerman die de overstap maakte naar schrijven toen hij merkte dat hij beter kan uitleggen hoe iets moet dan het zelf netjes afmaken, een zeldzaam moment van zelfkennis. Hij schrijft over klussen, verbouwen en alles wat met een huis te maken heeft, van fundering tot dakkapel. Zijn gereedschapskist is beter georganiseerd dan zijn bureau, maar dat zegt meer over de staat van zijn bureau dan over zijn gereedschap. In zijn werkplaats hangt een bordje met meten is weten, maar hij geeft eerlijk toe dat hij soms ook gewoon op gevoel zaagt. Lezers waarderen zijn no-nonsense aanpak en het feit dat hij fouten niet wegpoetst maar juist deelt als leermomenten. Als hij een euro had gekregen voor elke keer dat iemand hem vroeg of laminaat ook goed is, had hij allang met pensioen gekund.