Architectuur

Achter Bob Dylans stoep schuilt een vergeten Stanford White

· 6 min leestijd

Iedereen kent het beeld: Bob Dylan op een stoepje, donkere zonnebril, eind 1965, voor de hoes van Highway 61 Revisited. Daniel Kramer drukte af, het stoepje werd icoon. Wat bijna niemand weet, is dat de fotograaf op dat moment voor de deur stond van een van de meest bijzondere herenhuizen van Manhattan, een Greek Revival-villa aan Gramercy Park 4. Architectenbureau Span Architecture levert dit voorjaar de complete restauratie op. Zeven jaar werk om de drie levens van het pand opnieuw zichtbaar te maken.

Een herenhuis met drie levens

Het huis werd in 1846 ontworpen door Alexander Jackson Davis, de architect die de Greek Revival-stijl in New York op de kaart zette. De eerste bewoner was James Harper, burgemeester van New York en oprichter van uitgeverij Harper & Brothers, het huidige HarperCollins. De gaslantaarns voor de deur waren oorspronkelijk een statussymbool: ze brandden alleen als de burgemeester thuis was. In 1879 vroeg Harpers zoon de toen jonge Stanford White, later een van de beroemdste architecten van Amerika, om de salon te herontwerpen. White koos voor donkere tonen: Cubaans mahonie, eikenhout, leer.

Daarna kwam de derde fase. Begin twintigste eeuw werd de villa opgesplitst in appartementen en de geschiedenis verdween onder lagen verf en gepleisterde plafonds. In een van die appartementen woonde Albert Grossman, de manager van Bob Dylan, en daar staat het stoepje dus op de hoes van Highway 61 Revisited uit 1965. Pas in 2018 startte de restauratie naar één samenhangend huis.

Stanford White verstopt onder lagen verf

Dat het Stanford White-werk überhaupt nog terug te halen was, is bijzonder. De originele Tiffany-kroonluchter was kwijt en het hout was tientallen jaren overgeschilderd. Restauratiebedrijf Carlton House Restoration legde het Cubaanse mahonie en de eiken plafonds laag voor laag bloot. Het oorspronkelijke parket bleek nog grotendeels intact, net als de patroonkozijnen met loodglas in de deuren. Buiten herstelde Ball & Ball het smeedijzeren portico en de gietijzeren gaslampen die Davis ooit had ontworpen.

Stanford White is in Nederland minder een naam dan in Amerika, maar daar geldt zijn werk als de standaard van de Gilded Age. Hij ontwierp het oorspronkelijke Madison Square Garden, de boog op Washington Square Park en talloze landhuizen voor de Astors en Vanderbilts. Een salon van zijn hand terugvinden in vrijwel originele staat is in Manhattan vandaag uitzonderlijk.

Zeven jaar handwerk en geduld

De cijfers vertellen waarom dit project niet bedacht is voor wie haast heeft. Span Architecture werkte zeven jaar aan het pand. Ze groeven een complete extra kelder uit, breidden de achtertuin uit, plaatsten een lift die in geen enkele negentiende-eeuwse maat past, en voegden dakopbouwen toe zonder de gevel aan te tasten. Iedere ingreep moest passen binnen de Landmark-status van het pand, dus elke beslissing liep langs de Landmarks Preservation Commission van New York.

De moeilijkste afweging zit in zo'n project altijd in wat je wel en niet bewaart. Het antwoord van Span was nogal radicaal: bewaar de delen waar Stanford White en Alexander Jackson Davis overheen zijn gegaan, en voeg moderne ingrepen toe op plekken die toch al verloren waren.

Waar het oude huis modern werd

Op die verloren plekken voegde Span dingen toe die in 1846 ondenkbaar waren. Twee dubbelhoge atria brengen daglicht tot diep in het pand, op plekken waar Davis bij gebrek aan techniek voor permanent halfduister koos. De keuken, ooit een dienstvertrek in het souterrain, verhuisde naar de bel-etage en functioneert nu als centrale leefruimte. Op de zolder kwamen werkkamers voor de familie, met dakramen die de ruimte bruikbaar maken zonder dat je ze van de straat ziet.

De inrichting volgt dezelfde logica. In de salon staat een ping-pongtafel van BDDW, in de hal hangen Loop Sconces uit de Talisman-collectie van Apparatus, en in een eetkamer hangt een polyhedrische luchter van Venini. Geen retro-decor, geen pure moderne stijl, maar een mix die accepteert dat het huis intussen 180 jaar oud is en dat de bewoners er gewoon willen leven.

Een muziekstichting als slotakkoord

Wat het project bijzonder maakt is dat de eigenaars na zeven jaar werk niet alleen een huis hebben overgehouden. Ze richtten de Harper House Music Foundation op, een non-profit die musici en muziekgemeenschappen ondersteunt en zich specifiek richt op het bewaren van muzikaal erfgoed. De link met de Bob Dylan-cover en het verleden van het huis als New Yorks muziekmagneet is in dat besluit geen anekdote meer, maar de hele aanleiding.

Wat dit zegt over restauratie nu

Het is verleidelijk om Harper House te lezen als luxeproject, want dat is het ook. De vorige verkoopprijs lag rond 23 miljoen dollar en de restauratiekosten zijn nooit publiek gemaakt. Maar het project toont ook wat er mogelijk is wanneer je een herenhuis niet behandelt als investeringsobject maar als optelsom van verhalen. Davis legde de basis, White voegde een laag toe, Grossman gaf het pand een muzikale plot, en Span Architecture heeft die drie lagen weer leesbaar gemaakt zonder er een vierde overheen te smeren.

Voor wie houdt van langzame architectuur, is dit het tegendeel van een nieuwbouwvilla in een paar maanden uit de grond stampen. Het lijkt meer op het meerjarige werk dat Kengo Kuma deed aan de gotische kathedraal van Angers of de manier waarop Studioninedots een Amsterdams huis stapelt als losse dozen: elk gebouw krijgt het tempo dat bij zijn geschiedenis past, niet bij de bouwplanning.

V
Geschreven door Vera Hendriksen Interieur redacteur

Vera studeerde interieurarchitectuur in Eindhoven en ontwikkelde daar een zwak voor Scandinavisch design dat inmiddels meer een obsessie is. Ze kan uren praten over de juiste kleurtemperatuur van een lamp en heeft haar eigen woonkamer al zeven keer opnieuw ingericht, telkens met het excuus dat het vorige concept niet meer bij haar paste. Haar kat, die bij elke verbouwing weer een nieuw favoriete plekje moet zoeken, vindt dat aanzienlijk minder leuk dan zij. Tussen het herinrichten door schrijft ze artikelen over woontrends die ze zelf ook daadwerkelijk toepast, wat haar creditcardafschrift maandelijks bevestigt. Haar guilty pleasure is keukenshowrooms bezoeken zonder koopplannen, puur voor de inspiratie. Collega's noemen haar de enige persoon die oprecht enthousiast kan worden van een nieuw type deurklink.