Architectuur

Bjarke Ingels bouwt een berg midden in Toronto

· 6 min leestijd

In het westen van Toronto rijst een gebouw omhoog dat er amper nog uitziet als een gebouw. Kubus op kubus, terras op terras, alsof iemand een berg van pixels heeft gestapeld midden in de stad. King Toronto heet het project, en na jaren vertraging verwelkomt de woontoren van Bjarke Ingels Group deze zomer zijn eerste bewoners. Voor een blik op hoe luxe residentieel wonen er in de komende jaren uitziet, hoef je niet naar Milaan of Dubai. Toronto levert het voorbeeld.

Een berg in een platte stad

Toronto is geen stad die om de haverklap wereldpers trekt met zijn architectuur. Precies daarom valt King Toronto zo op. Het gebouw bestaat niet uit een massief volume, maar uit honderden gestapelde kubussen die zich groeperen tot vier pieken. Die pieken vloeien in en uit elkaar, met diepe inkepingen en hoge terrassen die een centrale binnentuin omringen. Wie er vanaf straatniveau naar kijkt, ziet geen kantoorklomp of appartementsvierkant. Je ziet een silhouet dat eerder bij een bergrug hoort.

Elke woning is gedraaid in een hoek van 45 graden ten opzichte van de straat. Daardoor heeft niemand hetzelfde uitzicht en valt er altijd licht van twee kanten naar binnen. Het is een detail dat je pas begrijpt als je de plattegrond erbij pakt: King Toronto telt 440 appartementen en bijna geen enkele is identiek. Voor een ontwikkelaar is dat onhandig. Voor bewoners is het precies het tegenovergestelde van de serie-appartementen die de meeste woontorens opleveren.

Wat een Canadese droom uit de jaren zestig hiermee te maken heeft

Dit project staat niet op zichzelf. Het is een directe knipoog naar Habitat 67 van Moshe Safdie, het experiment dat in Montreal werd gebouwd voor Expo 67. Safdie wilde destijds bewijzen dat stapelbouw geen gelijke, uitwisselbare dozen hoefde op te leveren. Elk appartement kreeg zijn eigen tuin op het dak van de onderburen. Habitat werd een icoon, maar kreeg weinig navolging. Bouwers vonden het te duur, te moeilijk, te ingewikkeld.

Bijna zestig jaar later doet Bjarke Ingels het alsnog, zij het met moderne technieken en op een veel grotere schaal. De parallellen zijn nadrukkelijk aanwezig: dezelfde speelse stapeling, hetzelfde idee dat elk huishouden recht heeft op buitenruimte, dezelfde weigering om de plattegrond plat te slaan. Het verschil is de stad eromheen. Waar Habitat in het lege havengebied van Montreal stond, perst King Toronto zich tussen bestaande negentiende-eeuwse panden. Die historische gevels blijven zichtbaar; het nieuwe gebouw wikkelt zich er omheen alsof het er al een eeuw hoort.

440 appartementen en niet een routine

De cijfers zijn stevig. Het project beslaat ruim veertienduizend vierkante meter werkruimte en retail, verdeeld over 440 woningen. De laatste penthouses gingen afgelopen maanden pas in de verkoop, met prijzen die de Canadese markt nauwelijks eerder heeft gezien. Voor de ontwikkelaars Westbank en Allied Properties is dat de hele inzet: een gebouw dat zich niet door de markt laat dicteren, maar zelf de markt verschuift.

Opvallend is hoe veel ruimte er uiteindelijk naar buiten gaat. Vrijwel elke woning heeft een terras, en door de diagonale opzet lopen die terrassen niet langs maar om het gebouw heen. Dat past in een bredere beweging die we ook in luxe woontorens van automerken zien: buitenruimte wordt geen bijzaak meer, maar het verschil tussen een gewone woontoren en een gebouw waar je wilt wonen.

Waarom deze stijl nu overal opduikt

King Toronto verschijnt op een moment dat architectuur een duidelijke richting kiest. De glazen doos, decennialang het standaard-icoon van luxe residentieel, begint plaats te maken voor gebouwen met meer reliëf, meer schaduw en meer ambacht. Dat zag je al in de manier waarop brons en marmer de glazen gevel verdringen, en in de terugkeer van sierlijke metselwerkgevels bij ontwerpers die lange tijd alleen strakke vlakken oogden.

De berg-vorm past in dezelfde beweging, alleen dan radicaler. Het gebouw is hoekig, tactiel en onregelmatig. Het gooit de belofte van een glad oppervlak overboord. Dat is geen modetrend; het hangt samen met hoe architecten in 2026 opnieuw nadenken over materiaal, schaal en de relatie tussen een toren en zijn omgeving. CNN zette het project begin dit jaar op de lijst van de elf meest spraakmakende opleveringen wereldwijd, samen met onder meer het vernieuwde Notre-Dame en het nieuwe Grand Egyptian Museum.

Wat de Nederlandse ontwerpwereld hiervan meeneemt

Voor Nederlandse kijkers is King Toronto geen ver-van-je-bed-show. Bjarke Ingels bouwde eerder al in Rotterdam en Amsterdam, en zijn ontwerpvocabulaire sijpelt door in steeds meer lokale projecten. De gestapelde terraswoning, de hoekige gevels, de binnentuin als hart van een woontoren: wie goed kijkt, herkent die motieven terug in ontwerpen van Nederlandse bureaus die nu op de tekentafel staan.

Tegelijk legt het project een pijnpunt bloot. Het model werkt pas als ontwikkelaars accepteren dat niet iedere woning hetzelfde hoeft te zijn, en als gemeenten bereid zijn om vastgoed af te laten wijken van de blokkendoos-norm. Dat vergt tijd en moed, iets wat aannemers in een onder druk staande woningmarkt liever overslaan. King Toronto kostte jaren vertraging, liep tegen corona op, en werd pas realiteit doordat zowel architect als ontwikkelaar de langere adem hadden.

Wat je hier vanaf dit jaar echt ziet verschuiven

De eerste bewoners trekken deze zomer in. Vanaf dan is King Toronto geen render meer, maar een echt gebouw met mensen erin. En dat is waar de ware test begint. Werkt de binnentuin zoals beloofd? Houden de gedraaide ramen hun licht-kwaliteit in de Canadese winter? Zit er genoeg privacy tussen die gestapelde terrassen? Dit soort vragen bepalen of het project een eenmalig monument wordt of een draaiboek voor andere steden.

Wat nu al vaststaat: de eeuwenoude aanname dat een luxe residentie een glazen doos is, met minimale gevelreliëf en identieke plattegronden, krijgt zijn zwaarste stoot sinds decennia. Niet van een Nederlandse ontwerper, niet van een Italiaans atelier, maar van een Deens bureau dat in Toronto zijn visie in beton mocht gieten. Voor iedereen die zich afvraagt hoe luxe wonen er over tien jaar uitziet, ligt het antwoord grotendeels vast aan King Street West. Letterlijk op een berg.

J
Geschreven door Julian Wolters Smart home & vastgoed schrijver

Julian werkt als makelaar in Amsterdam en schrijft in zijn vrije tijd over de woningmarkt, smart home technologie en hoe je je huis slimmer inricht. Zijn eigen appartement is volledig geautomatiseerd: de gordijnen openen bij zonsopgang, de verwarming past zich aan op basis van zijn agenda en zijn koffiezetapparaat start vanuit bed met één commando. Zijn collega-makelaars vinden het overdreven, zijn lezers vinden het briljant. Hij begon met schrijven toen hij merkte dat kopers steeds vaker vragen stelden over domotica en niemand op kantoor daar antwoord op had. Naast technologie schrijft hij eerlijk over de absurditeit van de Amsterdamse huizenmarkt, een onderwerp waar hij dagelijks mee te maken heeft. Zijn meest gelezen artikel ging over hoe je een studio van dertig vierkante meter slim inricht, geschreven vanuit persoonlijke ervaring.