Jarenlang was de schaakbordvloer iets voor foto's op Pinterest, niet voor je eigen keuken. Te druk, te retro, te veel bistro in Parijs. Maar op de grote meubelbeurzen van dit najaar duikt het patroon overal weer op, en dan niet in het felle zwart-wit van de jaren vijftig. Tegelzetters en interieurontwerpers laten het patroon terugkomen in crème, taupe en terracotta, waardoor het ineens past bij een rustige, warme woonkamer in plaats van een diner.
Waarom de felle versie verdwijnt
Het probleem met een klassiek zwart-wit schaakbord is dat het altijd de show steelt. Je kunt er geen tapijt op leggen zonder dat het gaat schuren, en elk meubelstuk moet zich ertegen verhouden. De nieuwe generatie tegels lost dat op door het contrast te dempen. In plaats van zwart tegenover wit zie je nu ivoor tegenover walnoot, of romig grijs tegenover een zachte terracotta. Het patroon blijft herkenbaar, maar de spanning is eraf.
Die verschuiving past bij een bredere beweging in het interieur: minder gepolijst, meer materiaal met karakter. Dat is precies de gedachte achter de trend voor onafgewerkte, rauwe materialen die dit jaar al opdook in woonkamers. Een zachtere schaakbordvloer hoort in dat rijtje: opvallend, maar niet schreeuwerig.
Schaal bepaalt of het chic of jaren-vijftig oogt
De grootte van de tegel maakt het verschil tussen een sfeervolle keuken en een oude snackbar. Kleine tegels van tien bij tien centimeter voelen al snel nostalgisch, en dat is prima als je bewust voor die look gaat. Wil je iets rustigers, kies dan voor tegels van dertig centimeter of groter. Op die schaal wordt het patroon architectonisch in plaats van decoratief, en kun je het zelfs in een kleinere ruimte toepassen zonder dat die drukker aanvoelt.
Leg de vloer bovendien niet strak tegen de muren aan als je een klassieke uitstraling wilt. Een smalle rand van een effen tegel rondom het patroon, zoals je vaak in oude herenhuizen ziet, geeft de vloer meteen iets afgewerkts.
Terrazzo doet hetzelfde, maar dan in miniatuur
Wie liever geen strak patroon wil, maar toch mee wil in deze beweging naar textuur, kijkt dit moment naar terrazzo. Dat is het gietvloermateriaal met stukjes marmer, glas of granit die in een gietmortel zijn verwerkt, van oorsprong een Italiaanse techniek om restanten steen opnieuw te gebruiken. Terrazzo bestaat al eeuwen, maar de versie die nu populair is heeft veel fijnere korrels dan de grove terrazzovloeren uit de jaren zeventig. Die fijnere korrel geeft een rustiger, bijna marmerachtig effect en werkt daardoor ook in badkamers en op keukenwerkbladen.
Het mooie is dat terrazzo en een gedempte schaakbordvloer elkaar niet bijten. Je kunt de gang met terrazzo doen en de keuken met het grotere patroon, zolang de kleuren uit dezelfde warme familie komen.
Waar de vloer het beste werkt
Een keuken of een hal is de logische plek om te beginnen, simpelweg omdat die ruimtes vaak al een harde vloer hebben en je niet je hele huis om hoeft te gooien. Een badkamer werkt ook goed, vooral in combinatie met natuursteen elders in de ruimte. Denk aan een wastafel of douchewand van hetzelfde materiaal als je bijvoorbeeld al een keukeneiland uit één blok steen hebt gekozen. Die twee versterken elkaar in plaats van te concurreren.
Vermijd de vloer in een hele open woonkamer zonder scheiding. Op grote, doorlopende oppervlakken wordt het patroon al snel vermoeiend voor het oog, terwijl het in een afgebakende ruimte juist richting en karakter geeft.
Zo voorkom je dat de vloer de show steelt
De grootste valkuil is dat mensen er daarna nog een druk behang of een gekleurd meubelstuk naast zetten. Laat de vloer het statement zijn en houd de wanden en het meubilair rustig. Een enkele kleur die terugkomt in een kussen of een vaas is genoeg. Werk je met een warm palet, dan combineert de vloer bijvoorbeeld goed met een interieur in chocoladebruin, omdat die tint dezelfde ingehouden warmte heeft als de nieuwe schaakbordtegels.
Kies daarnaast bewust voor een matte of licht geschuurde afwerking in plaats van hoogglans. Glanzende tegels versterken het contrast en trekken het patroon juist weer terug naar die felle, drukke uitstraling die je nu net wilde vermijden.
Houd ook rekening met de voegkleur. Een lichte voeg tussen donkere tegels tekent elke lijn extra scherp uit, terwijl een voeg in de kleur van de tegel zelf het patroon juist laat vervloeien. Voor de zachtere, rustigere versie van deze trend is een voeg die bijna wegvalt tegen de tegel de beste keuze. Vraag de tegelzetter om dit vooraf te proberen op een klein stukje, want het verschil zie je pas echt zodra de vloer droog is.
Waar je het beste kunt beginnen
Begin klein als je twijfelt: een entreehal of een bijkeuken is de goedkoopste manier om te testen of je van het patroon blijft houden voordat je de hele keuken eruit sloopt. Vraag bij de tegelzetter altijd om een fysiek staal in de kleuren die je wilt combineren, want foto's online tonen het contrast bijna altijd feller dan het in daglicht daadwerkelijk overkomt. Wie het patroon eenmaal in huis heeft, merkt meestal dat het juist rust geeft, precies omdat het zo doordacht gedempt is.