Jarenlang was het doel van elke woonkamer helderheid: strakke lijnen, symmetrische kussens, geen vlekje op de bank. Maar wie nu de nieuwste interieurbeurzen en portfolio's van ontwerpers bekijkt, ziet iets anders gebeuren. Keramiek met kleine luchtbelletjes, linnen met losse draadjes, kalk die niet overal even glad is aangebracht. Het onafgewerkte is niet langer een fout, het is het nieuwe statussymbool.
Waarom perfectie ineens saai voelt
De strak gestylede kamer, alles op zijn plek, geen kreukel te bekennen, begint op veel mensen kil en onpersoonlijk over te komen. Het voelt meer als een showroom dan als een huis waar iemand daadwerkelijk woont. Ontwerpers reageren daarop met interieurs die je meteen laten zien dat er een mens met handen aan gewerkt heeft. Een muur met kalkverf die op de ene plek dikker ligt dan op de andere, een houten tafel waarvan je de nerf nog voelt als je erover strijkt. Die kleine oneffenheden zijn precies wat een ruimte warmte geeft. Wil je meer weten over die kalklaag als vertrekpunt? Lees ook ons artikel over kalkverf op muren.
Het is ook een reactie op alles wat massaproductie en fabrieksafwerking eenvormig hebben gemaakt. Een bank die er in elke winkel identiek uitziet, verliest zijn verhaal. Een stuk keramiek dat met de hand gedraaid is en daardoor net iets scheef staat, houdt dat verhaal juist vast.
Deze materialen zie je overal terugkomen
Drie materialen springen er dit jaar uit. Ruwe natuursteen, ongepolijst en met zichtbare aderen, verschijnt op keukeneilanden en badkamervloeren waar voorheen glanzend marmer stond. Donker, onbehandeld hout duikt op in meubels waar je de oorspronkelijke boomstructuur nog in herkent. En metaal wordt bewust niet meer strak gepoetst: verouderd messing, geoxideerd koper en gepatineerd brons vervangen het spiegelende chroom van een paar jaar terug. Wie graag verschillende metalen door elkaar combineert, kan trouwens ook nog even ons stuk over messing en chroom mengen erbij pakken, want dat idee sluit hier naadloos op aan.
Ook textiel doet mee. Linnen en wol met losse draden, geweven zonder de strakke, industriële afwerking die je bij massaproductie ziet, komen terug op kussens en plaids. Het lijkt met de hand gemaakt, ook als dat niet helemaal het geval is, en dat is precies het punt: de suggestie van ambacht telt net zo hard als het echte werk.
Een oude filosofie krijgt een nieuwe naam
Wat nu als trend verkocht wordt, bestaat in Japan al eeuwen. Wabi-sabi draait om schoonheid vinden in onvolmaaktheid en vergankelijkheid, een barstje in een kom, een asymmetrische vaas. De westerse interieurwereld heeft dat idee nu ontdekt en er een eigen, iets luxere versie van gemaakt: niet armoedig of kapot, maar bewust rauw. Het verschil met de sobere, strakke stijl van een paar jaar geleden is dat er nu ruimte is voor toeval. Een tegel die net iets anders gebakken is dan de tegel ernaast, wordt niet weggegooid maar juist uitgelicht.
Zo pas je het toe zonder dat je huis rommelig oogt
Het risico van deze trend is dat onaf al snel slordig wordt. Het verschil zit in de basis. Begin met één ruwe ingreep per ruimte, bijvoorbeeld een kalklaag op één muur of een handgemaakte vaas op een verder rustig dressoir, en houd de rest van de kamer bewust simpel. Combineer een ruw oppervlak altijd met iets glads ernaast, zodat het contrast opvalt in plaats van dat alles door elkaar loopt. Een stenen wastafel met een grove textuur werkt bijvoorbeeld pas echt goed naast strak, egaal tegelwerk.
Kies daarnaast bewust voor stevige, dikke stukken in plaats van dunne, wankele meubels. Dat sluit ook aan bij een andere trend die momenteel opkomt: meubels die juist dikker en steviger ogen dan we gewend zijn. Benieuwd hoe die twee trends elkaar versterken? Check ons artikel over dikke meubels. Een robuust, ruw object oogt namelijk zelden goedkoop, terwijl een dun, ruw object al snel slordig aanvoelt.
Dit is het verschil tussen onaf en slordig
De grens tussen een bewust ruwe kamer en een kamer die er gewoon nooit af is gekomen, zit hem in de intentie. Elk oneffen element moet er zijn omdat je het koos, niet omdat je het nog moest afmaken. Een kalkmuur die je bewust liet variëren, een houten tafel waarvan je de nerf zichtbaar liet, een vaas met een lichte oneffenheid die de pottenbakker met opzet liet staan. Zodra je bezoek doorheeft dat elk detail een keuze was, werkt de trend. Zodra ze zich afvragen of je klusje nog moet afronden, ben je een stap te ver gegaan.