Travel

Dit Griekse hotel verdwijnt letterlijk in de rotswand

· 6 min leestijd

Op het Cycladische eiland Syros heeft het Atheense bureau Ateno Architecture Studio een hotel opgeleverd dat zich vrijwel onzichtbaar in een rotswand vouwt. Olen telt zeven suites en ligt half verzonken in een steile flank boven de Egeische Zee. Wie aan de overkant van de baai staat, ziet vooral steen, schaduw en de horizon.

Dat is precies de opzet. De architecten Elias Theodorakis en Yiorgos Fiorentinos hebben niet zozeer iets neergezet, maar iets weggehaald. Een hotel als uitsparing in het landschap, niet als markeerpunt erin. Op een eiland waar witte kubussen al decennia het beeld bepalen is dat een opvallende keuze.

Een gebouw dat in drie delen uit de helling komt

Ateno werkt met een drievoudige opzet die de architecten zelf benoemen als de Plane, de Line en de Point. Bovenaan de helling ligt een plateau met losstaande paviljoens. Daaronder schuift een langgerekt volume in de cliff, waar twee suites onder een aarden dak liggen. Onderaan zit een enkele, volledig ingegraven gastenwoning. Bezoekers dalen via een gebogen muur en een opeenvolging van trappen en paden af, tot zee en suite vrijwel op een lijn liggen.

De vorm is amfitheatraal, schrijven de architecten zelf. Niet in de zin dat je er publiek opvangt, wel in hoe de helling wordt benut. Elke laag krijgt zijn eigen relatie met het zeevlak. De buitenmuren zijn afgewerkt met een aarde-getinte pleister die uit de directe omgeving lijkt geschept. Daken zijn deels begroeid, deels open terras.

Beton wint het van glas

De afgelopen jaren waren panoramische glaspuien aan kustlijnen wereldwijd het standaardrecept voor een luxehotel. Hoe groter de ramen, hoe duurder het uitzicht. Olen breekt daarmee. De suites kennen wel grote openingen, maar de gevel als geheel is gemaakt van massa, niet van transparantie. Stenen vloeren lopen door van binnen naar buiten, dakopeningen brengen daglicht naar dieper gelegen ruimtes.

Die keuze past in een bredere kentering die ook in de Nederlandse architectuurpers steeds vaker opdoemt. Wij schreven eerder al over hoe brons en marmer de glazen gevel verdringen en over de manier waarop het wow-huis zijn langste tijd heeft gehad. Olen is daar de hospitality-versie van, met minder gevel en meer landschap.

Waarom luxe nu inzet op verdwijnen

De vraag waar dit precies vandaan komt, is interessanter dan het gebouw zelf. Earth-sheltered architectuur, dus bouwen ingegraven of half ingegraven in de grond, is geen nieuw idee. In de jaren zeventig was het een antwoord op de oliecrisis, vooral in de Verenigde Staten. Nu komt het terug, maar om andere redenen. De binnenruimtes blijven van nature koeler in de zomer, het dak vraagt minder onderhoud en de ecologische voetafdruk van zo'n project ligt aanzienlijk lager dan die van een vrijstaand betonblok aan zee.

Voor een eiland als Syros, dat de laatste jaren steeds meer toeristen trekt en waar bouwregels juist worden aangescherpt, is dat geen detail. Een gebouw dat de skyline niet verandert, krijgt makkelijker een vergunning. En een gast die in de gids leest dat zijn suite onder een grasdak ligt, ervaart dat eerder als deel van het verhaal dan als een tekortkoming.

Hoe het binnen aanvoelt

De interieurs zijn in een gedempt, gebroken wit gehouden, met lichte natuursteen op de vloeren. Dat klinkt eenvoudig en is het ook. Op foto's komen de ruimtes voorbij als zacht en open, ondanks dat een deel ervan diep in de rots ligt. Het idee was dat een gast nooit het gevoel zou krijgen in een kelder te slapen. Hoge dakopeningen en grote zeezicht-openingen doen het werk.

Wat verder opvalt is dat er weinig zichtbaar luxueuze ingrepen zijn. Geen marmeren badkuipen op een verhoging, geen statement-trappen, geen designerlampen die op zichzelf een merkverhaal vertellen. De luxe zit in het uitzicht, de stilte en de keuze om bijna niets toe te voegen aan een ruimte die het al heeft. Dat is een vorm van consumeren die in de hospitality-sector onder een ander label terugkomt, namelijk weglatingsluxe of wat in Britse vakliteratuur quiet luxury heet.

Wat dit voor de Cycladen betekent

De Cycladen zijn de afgelopen vijftien jaar onder zware druk gekomen. Op Mykonos en Santorini gaan eilandbewoners openlijk in verzet tegen mega-resorts en illegale bouw. Syros, dat lange tijd buiten dat geweld bleef, is nu duidelijk in beeld bij architecten die op zoek zijn naar een schoner blad. Het feit dat een Atheens bureau hier zo'n nadrukkelijk anti-statement-gebouw realiseert, is daarbij relevant. Olen claimt geen plek, het past zich aan.

Of dit een nieuw model wordt voor de regio, valt nog te bezien. De ervaring leert dat een gerichte ingreep meestal volgers oplevert, en dat die volgers de boodschap soms verwateren tot decor. Voor de eilanden zelf zou een rij Olens niet de slechtste uitkomst zijn. Designboom rekent het project tot de meest serieuze pogingen tot terreingericht hotelbouw in Zuid-Europa van de laatste jaren, en dat is geen lichte uitspraak.

Wie de architectuur op deze schaal interessant vindt, leest ook ons stuk over architecten die afrekenen met de open plattegrond. Daar speelt een vergelijkbare beweging, met minder gebaar en meer gerichte keuze.

De rots wint van het uitzicht

Olen draait de logica van een kustheel om. Niet het uitzicht is het hoofdpersonage, maar de rots waarin je staat. Dat klinkt als een woordspeling, maar het verandert in de praktijk de hele beleving. Je kijkt niet naar een Cycladisch panorama door een glaspui, je zit erin en de muur achter je is van hetzelfde materiaal als de helling. Wat een paar jaar geleden nog als gemis zou zijn opgevat, is hier de hele propositie. Voor wie naar Syros gaat is dat misschien wel de interessantste toeristische ontwikkeling sinds de eerste cruiseschepen aanmeerden.

V
Geschreven door Vera Hendriksen Interieur redacteur

Vera studeerde interieurarchitectuur in Eindhoven en ontwikkelde daar een zwak voor Scandinavisch design dat inmiddels meer een obsessie is. Ze kan uren praten over de juiste kleurtemperatuur van een lamp en heeft haar eigen woonkamer al zeven keer opnieuw ingericht, telkens met het excuus dat het vorige concept niet meer bij haar paste. Haar kat, die bij elke verbouwing weer een nieuw favoriete plekje moet zoeken, vindt dat aanzienlijk minder leuk dan zij. Tussen het herinrichten door schrijft ze artikelen over woontrends die ze zelf ook daadwerkelijk toepast, wat haar creditcardafschrift maandelijks bevestigt. Haar guilty pleasure is keukenshowrooms bezoeken zonder koopplannen, puur voor de inspiratie. Collega's noemen haar de enige persoon die oprecht enthousiast kan worden van een nieuw type deurklink.