Op 17 maart 2026 vertrekt er een trein vanaf Londen St Pancras die pas honderd dagen later stopt. Aan boord zitten maar twaalf mensen, op weg door veertien landen en drie continenten, langs Werelderfgoedlocaties die de meeste reizigers alleen van foto's kennen. Het kaartje kost een bedrag met zes cijfers. Waar de superrijken tot voor kort vooral naar privéjets en superjachten grepen, kiezen ze nu steeds vaker voor de trein. En dat zegt iets over waar luxe reizen naartoe beweegt in 2026.
Een wereldreis van honderd dagen, plek voor twaalf mensen
De reis heet de meest ambitieuze onderneming ooit van reisorganisator Adventures By Train, en dat is geen overdrijving. Twaalf passagiers stappen in voor een tocht die treinroutes door Europa, Azië en Noord-Amerika combineert met korte zeetochten, aangevuld met rustdagen zodat niemand na honderd dagen instort van uitputting. Onderweg passeert het gezelschap onder meer Frankrijk, Turkije, China en Japan. Het is minder een vakantie en meer een levensfase, verpakt in een treinkaartje.
Deze reis typeert de trend van dit moment perfect: niet de snelste route naar een bestemming telt, maar de reis zelf als bestemming. Reisbureaus zien een toename in vraag naar meerdere luxe treinreizen die aan elkaar geregen worden tot één lange, romantische trip van weken of zelfs maanden.
Waarom de trein ineens het nieuwe vliegtuig is
Een privéjet bespaart je tijd. Een trein kost je juist tijd, en dat is precies waarom hij nu zo gewild is bij mensen die alles al hebben. Status ging jarenlang over snelheid: hoe sneller je ergens kwam, hoe rijker je oogde. Nu draait het om het tegenovergestelde. Wie het zich kan veroorloven, kiest voor dagen zonder wifi-onderbrekingen, voor uitzicht op landschap in plaats van wolken, voor een eetzaal met tafellinnen in plaats van een cabinemenu.
Diezelfde verschuiving zag je al eerder, bijvoorbeeld toen luxe reizigers de hotelkamer inruilden voor een villa. In beide gevallen gaat het niet om meer geld uitgeven aan hetzelfde soort ervaring, maar om controle over de volledige ervaring, van vertrek tot aankomst.
Wat een plek in de Oriënt Express je kost
De Venice Simplon-Orient-Express blijft het bekendste voorbeeld van de renaissance van de luxetrein. De negentien rijtuigen, sommige bijna een eeuw oud en gerestaureerd met art-decoglaswerk van René Lalique, rijden nog altijd tussen Venetië en Parijs, met tarieven vanaf ongeveer 3.800 pond per persoon voor een klassieke cabine. Een grand suite met eigen bed, zithoek en badkamer kost aanzienlijk meer.
Voor wie verder wil kijken dan Europa: de Golden Eagle rijdt over de Zijderoute door Turkmenistan, Oezbekistan en Kazachstan, met prijzen die dit seizoen oplopen van zo'n 7.500 euro per persoon in de Silver Class tot ruim 12.000 euro in de Gold Class. En in Schotland verkoopt Belmond de Royal Scotsman, letterlijk omschreven als een rijdend landhuis, vanaf ongeveer 5.200 euro voor een meerdaagse route.
Belmond breidde vorig jaar uit met de Britannic Explorer, een nieuwe nachttrein door Engeland en Wales die dezelfde formule volgt: overdag stopt de trein bij landgoederen en kastelen, 's nachts slaap je in een cabine met maatwerk interieur. Het idee erachter is steeds hetzelfde. Een luxetrein is geen vervoermiddel dat toevallig mooi is ingericht, het interieur en de route zijn het product, de aankomst is bijna bijzaak.
Ook Nederlandse reisbureaus zien de vraag groeien
De trend is inmiddels ook in Nederland zichtbaar. Reisorganisaties bieden pakketten aan met de Maharajas' Express door India, waar je vanuit een privécabine met eigen badkamer langs paleizen en heilige rivieren reist, en met Rovos Rail door zuidelijk Afrika, waar een route van Victoria Falls naar Pretoria al vanaf zo'n 2.500 euro te boeken is. Het patroon lijkt op wat er ook gebeurt bij privéskigebieden die de nieuwe golfclub voor miljardairs zijn geworden: exclusiviteit wordt steeds vaker gemeten in tijd en afzondering, niet alleen in prijs.
Het sluit ook aan bij een bredere verschuiving die je terugziet bij superrijken die vakanties boeken om langer te leven, waarbij gezondheid en aandacht voor het eigen welzijn zwaarder wegen dan pure statussymbolen. Een treinreis van honderd dagen past in dat plaatje: het is een investering in tijd, niet in spullen.
Je hoeft geen miljonair te zijn voor een vleugje van dit gevoel
Het goede nieuws: de mentaliteit achter deze treinreizen is prima te vertalen naar een normaal budget. Nachttreinen zoals European Sleeper tussen Brussel, Berlijn en Praag bieden dezelfde basisgedachte, minder wifi, meer landschap, aankomen zonder gehaast te zijn, voor een fractie van de prijs. Ook losse dagtochten met de Oriënt Express, zonder overnachting, laten je iets van dat art-decogevoel proeven zonder dat je er een huis voor hoeft te verkopen.
Wie thuis toch iets van die sfeer wil vasthouden, hoeft niet naar het spoor te kijken maar naar de inrichting van die cabines: donker gelakt hout, koperen details, dik getextureerd stoffering en gedempt licht. Het zijn dezelfde elementen die nu ook in Nederlandse woonkamers en slaapkamers opduiken, van chocoladebruine wanden tot massief houten bedframes. De trein bracht die stijl niet uit, maar bewijst wel hoe tijdloos hij is.
Deze honderddaagse trein laat vooral één ding zien: luxe reizen draait niet langer om zo snel mogelijk zo ver mogelijk komen. Het draait om het omgekeerde, expres vertragen, en dat vertragen zelf als het duurste onderdeel van de reis behandelen.