Architectuur

Zo kreeg Olympia London eindelijk een echte entree

· 5 min leestijd

Olympia London stond decennialang bekend als het Victoriaanse beurscomplex waar je langsreed zonder er ooit binnen te zijn geweest. Sinds juni 2026 is dat voorbij. Heatherwick Studio en SPPARC hebben boven de historische Grand Hall een nieuwe glazen overkapping gebouwd die het hele gebouw een andere status geeft, van doorvoerhal naar bestemming op zich.

Een kap die naar de kap onder zich verwijst

De nieuwe entree bestaat uit 520 geplooide glaspanelen, gedragen door vijf stalen boogconstructies met elk een overspanning van 22 meter. Het resultaat is ongeveer 1.000 vierkante meter nieuwe publieke ruimte, verhoogd boven het maaiveld, met uitzicht op het negentiende-eeuwse gietijzeren dak van de Grand Hall eronder. Die oude kap is een Grade II-listed monument en mocht niet worden aangeraakt, dus moest het nieuwe ontwerp eromheen bouwen zonder de originele structuur te belasten.

Het geplooide glas is geen toevallige vormkeuze. Het patroon herhaalt het ritme van de bestaande ijzeren spanten eronder, alsof de nieuwe kap in gesprek gaat met de oude. Thomas Heatherwick vergeleek het effect zelf met het gebroken licht in een geplooid champagneglas: elk paneel vangt het daglicht net iets anders dan het paneel ernaast, waardoor de hele overkapping overdag lijkt te bewegen.

Waarom een beurscomplex ineens een bestemming wordt

Olympia was sinds de opening in 1886 vooral een doorvoerhal: je kwam er voor een beurs of expo en verliet het gebouw daarna meteen weer. De herontwikkeling, waarvan deze eerste fase nu open is, moet daar verandering in brengen. De nieuwe overkapping fungeert als verhoogde looproute die escalators en trappen verbindt met een promenadeniveau vol restaurants, bars en dakterrassen. Latere fasen, die doorlopen tot 2027, voegen theater- en muziekvenues, hotels, kantoren en zelfs een school toe.

Wie het gebouw nu bezoekt, merkt meteen het verschil met de oude entree. Vroeger liep je via een smalle zijingang direct de expositievloer op, zonder moment van aankomst. Nu stap je eerst de verhoogde promenade op, met zicht op de stad aan de ene kant en op het historische glasdak aan de andere kant, voordat je naar beneden beweegt richting de hallen. Dat soort choreografie, een bewust vertraagde route naar binnen, is precies het soort detail waarmee luxe horeca- en retailprojecten tegenwoordig het verschil maken tussen een functioneel gebouw en een bestemming waar mensen graag blijven hangen.

Die ambitie is fors: zodra het complex volledig is opgeleverd, rekent de ontwikkelaar op zo'n 10 miljoen bezoekers per jaar. Daarmee wordt Olympia niet alleen een beurslocatie, maar een eigen stadswijk in West-Londen, met de negentiende-eeuwse hallen als historisch hart. Wil je meer weten over hoe architecten omgaan met historische structuren in nieuwe context, lees ook ons artikel over gentleism in de architectuur.

Adaptief hergebruik als luxueuze strategie

Wat Olympia interessant maakt voor wie geïnteresseerd is in high-end architectuur, is de aanpak zelf. In plaats van het monument te slopen of te verstoppen achter een nieuwe gevel, wordt het zichtbaar gemaakt vanuit een nieuw perspectief. Je loopt over de nieuwe promenade en kijkt letterlijk neer op het negentiende-eeuwse dak dat ooit de skyline van het gebied bepaalde. Die manier van bouwen, het oude zichtbaar houden terwijl je er functioneel bovenop bouwt, zie je steeds vaker terug bij grote Europese renovatieprojecten waar sloop financieel en maatschappelijk geen optie meer is.

Het is ook een andere benadering dan de opvallende nieuwbouwprojecten die de laatste tijd het nieuws haalden. Waar Dubai's nieuwste luxetoren juist afstand neemt van glas, kiest Heatherwick Studio hier juist voor een glazen structuur, maar dan als eerbetoon aan wat er al stond in plaats van als statement op zichzelf.

Wat dit betekent voor toekomstige renovatieprojecten

Voor eigenaren van historische panden, of het nu een negentiende-eeuws pakhuis is of een beschermd stadspand, laat Olympia zien dat een monumentenstatus geen beperking hoeft te zijn maar een uitgangspunt kan worden. De nieuwe kap voegt vierkante meters, licht en functie toe zonder de oude structuur te overschaduwen. Dat vraagt wel om precisie: de vijf stalen bogen moesten zo worden geplaatst dat ze het gewicht volledig zelf dragen, los van de kwetsbare gietijzeren kap eronder. Elke boog rust op een eigen fundering buiten de contouren van het monument, zodat de bestaande kap nooit extra belasting te verduren krijgt, ook niet tijdens de bouw zelf.

Diezelfde terughoudendheid zie je terug in de materiaalkeuze. Er is bewust niet gekozen voor een opvallende kleur of een glanzend afwerkingslaagje op het staal, juist om de aandacht bij het negentiende-eeuwse origineel te houden. Het nieuwe werk moet zichtbaar nieuw zijn, maar nooit harder roepen dan het monument waar het bovenop staat.

Voor Londen betekent het project vooral dat een gebied dat lange tijd alleen tijdens beursweken leefde, straks het hele jaar door bezoekers trekt. Voor de architectuurwereld is het een voorbeeld van hoe je een negentiende-eeuws icoon niet verstopt, maar er letterlijk een nieuwe laag bovenop bouwt die het beter zichtbaar maakt dan ooit.

Volgens Thomas Heatherwick zelf draait het project vooral om het teruggeven van een gevoel van aankomst aan een gebouw dat dat de afgelopen decennia was kwijtgeraakt. Dat klinkt misschien als een klein detail, maar voor iedereen die weleens door een anonieme personeelsingang een beurscentrum is binnengelopen, is het verschil met een verhoogde glazen promenade met uitzicht over de stad allesbehalve subtiel.

J
Geschreven door Julian Wolters Smart home & vastgoed schrijver

Julian werkt als makelaar in Amsterdam en schrijft in zijn vrije tijd over de woningmarkt, smart home technologie en hoe je je huis slimmer inricht. Zijn eigen appartement is volledig geautomatiseerd: de gordijnen openen bij zonsopgang, de verwarming past zich aan op basis van zijn agenda en zijn koffiezetapparaat start vanuit bed met één commando. Zijn collega-makelaars vinden het overdreven, zijn lezers vinden het briljant. Hij begon met schrijven toen hij merkte dat kopers steeds vaker vragen stelden over domotica en niemand op kantoor daar antwoord op had. Naast technologie schrijft hij eerlijk over de absurditeit van de Amsterdamse huizenmarkt, een onderwerp waar hij dagelijks mee te maken heeft. Zijn meest gelezen artikel ging over hoe je een studio van dertig vierkante meter slim inricht, geschreven vanuit persoonlijke ervaring.