Travel

Boutique hotels voelen steeds vaker aan als een thuis

· 6 min leestijd

Er is iets veranderd aan de hotelkamer waar je voor gaat liggen sparen. Waar de afgelopen jaren alles draaide om een wow-effect bij binnenkomst, marmeren lobby's, gouden kranen, kroonluchters zo groot als een kleine auto, kiezen de beste ontwerpers nu voor het tegenovergestelde. Ze bouwen kamers waar je gewoon lang wilt blijven zitten. Geen boetiekhotel wil nog aanvoelen als een hotel. Het moet aanvoelen als het huis van een vriend met smaak.

Dat is precies hoe architect Keiji Ashizawa het zelf omschrijft. Hij bouwde in Tokio een voormalig hostel om tot Tomi Ginza, een boetiekhotel met op elke verdieping één suite. Geen wow-effect, geen statement lobby, maar een plek die volgens Ashizawa moet aanvoelen alsof je logeert bij iemand met goede smaak. Dat klinkt bescheiden, maar het is precies waarom het werkt. Mensen willen zich niet langer laten imponeren. Ze willen zich thuis voelen op een plek die net iets mooier is dan hun eigen huis.

Waarom de hotelkamer stopte met haar best doen

Interieurontwerpers zien dezelfde verschuiving terug bij opdrachtgevers. Klanten komen niet meer binnen met foto's van hotellobby's, maar met foto's van privéwoningen. Ze willen een kamer die er niet uitziet alsof hij klaargezet is voor aankomst, maar een kamer die eruitziet alsof er al jaren iemand woont. Dat is een stille revolutie in de hospitality-sector, en het sijpelt razendsnel door naar de manier waarop wij zelf onze woonkamer inrichten.

Ook op de hogere segmenten zie je die beweging. Bij het nieuwe One&Only-project in de Hudson Valley worden de privévilla's bewust ontworpen met natuurlijke materialen en handgemaakte afwerkingen die eerder aan een landhuis doen denken dan aan een resort. Geen enkel detail schreeuwt om aandacht. Alles is erop gericht dat je vergeet dat je in een hotel bent.

Gelaagde verlichting is de stille hoofdrolspeler

Wat deze kamers gemeen hebben, is dat er nooit één centrale lichtbron is. Eén plafondlamp midden in de kamer is precies het soort licht dat een ruimte een kantoor laat voelen in plaats van een thuis. De hotels die nu de aandacht trekken werken met kleine lichtpoelen: een tafellamp hier, een wandlamp daar, indirect licht achter een kast. Wil je weten hoe dat precies werkt? Wij schreven eerder al over verlichting in drie lagen, en het is exact dat principe dat deze hotelkamers zo warm maakt.

Textuur doet het werk dat vroeger voor kleur was weggelegd

Waar vroeger een gedurfde muurkleur het verschil moest maken, gebeurt dat nu via materiaal. Boucléstoffen, linnen, ruw hout, travertijn: het zijn stuk voor stuk oppervlakken die uitnodigen om aan te raken. Een kamer die er zacht en gelaagd uitziet, voelt meteen minder gestileerd en minder hotelachtig aan. Precies dat hebben we ook al eens uitgewerkt in ons artikel over textuur als geheim van een mooi interieur. De hotels die deze zomer viral gaan op Pinterest en Instagram doen in wezen niets anders dan drie tot vier van deze materialen combineren in één ruimte, zonder dat het rommelig wordt.

Modulaire meubels maken een kamer eindelijk persoonlijk

Extended-stay hotels, waar gasten soms weken blijven, lopen voorop in nog een andere trend: modulaire meubels. Een bank die je kunt herschikken, een tafel die van bureau naar eettafel gaat. Het is functioneel voor een hotelgast die er langer blijft, maar het werkt ook thuis. Een woonkamer die zich aanpast aan wat je die avond nodig hebt, een filmavond, een etentje, een werkplek, voelt levendiger aan dan een kamer die maar één vaste opstelling kent.

  • Kies één zachte lichtbron per hoek van de kamer in plaats van één felle bron in het midden
  • Combineer minimaal drie texturen: iets ruws, iets zachts, iets glads
  • Laat een bank of tafel zien die je makkelijk kunt verplaatsen of herschikken
  • Kies warme, aardse kleuren boven felle accentkleuren
  • Laat oppervlaktes leeg in plaats van ze vol te zetten met decoratie

Comfort-maxxing en het hotelgevoel zijn eigenlijk hetzelfde verhaal

We schreven eerder al over comfort-maxxing in de woonkamer, de trend waarbij comfort boven statussymbolen gaat. Deze hotelbeweging is in feite dezelfde gedachte, maar dan toegepast op de plek waar je maar een paar nachten verblijft. Beide draaien om hetzelfde uitgangspunt: een ruimte moet er niet indrukwekkend uitzien op een foto, maar prettig aanvoelen als je er echt in zit.

Wat je morgen kunt overnemen zonder te verbouwen

Het mooie van deze trend is dat je er geen aannemer voor nodig hebt. Vervang die ene plafondlamp door twee tafellampen en een wandlamp. Gooi een linnen plaid over de bank naast een boucléfauteuil. Schuif de salontafel weg als je vrienden over de vloer krijgt en zet hem later terug. Het zijn kleine verschuivingen, maar ze zijn precies wat het verschil maakt tussen een kamer die eruitziet als een showroom en een kamer waar je, net als in Tomi Ginza, gewoon wilt blijven zitten.

V
Geschreven door Vera Hendriksen Interieur redacteur

Vera studeerde interieurarchitectuur in Eindhoven en ontwikkelde daar een zwak voor Scandinavisch design dat inmiddels meer een obsessie is. Ze kan uren praten over de juiste kleurtemperatuur van een lamp en heeft haar eigen woonkamer al zeven keer opnieuw ingericht, telkens met het excuus dat het vorige concept niet meer bij haar paste. Haar kat, die bij elke verbouwing weer een nieuw favoriete plekje moet zoeken, vindt dat aanzienlijk minder leuk dan zij. Tussen het herinrichten door schrijft ze artikelen over woontrends die ze zelf ook daadwerkelijk toepast, wat haar creditcardafschrift maandelijks bevestigt. Haar guilty pleasure is keukenshowrooms bezoeken zonder koopplannen, puur voor de inspiratie. Collega's noemen haar de enige persoon die oprecht enthousiast kan worden van een nieuw type deurklink.