Je boekt een kamer in een hotel dat je al kent, en toch stap je in een compleet andere wereld. Geen receptie beneden, geen drukte bij het ontbijt, maar een aparte lift die je meteen naar een handvol suites brengt die niemand anders mag betreden. Steeds meer luxehotels bouwen zo'n geheime enclave binnen hun eigen muren, en het is de snelst groeiende trend in exclusief reizen.
Waarom het beste hotel zich verstopt in een ander hotel
De vraag naar echt exclusieve hotelkamers groeit sneller dan hoteliers kunnen bijbouwen. Een compleet nieuw pand neerzetten kost jaren en tientallen miljoenen. Een bestaande bovenverdieping ombouwen tot een aparte, hoger geprijsde enclave kost een fractie daarvan en staat binnen maanden klaar. Hotelketens hergebruiken dus wat er al staat: een paar verdiepingen, een oude vleugel, een verwaarloosd hoekje van het pand, en bouwen daar een tweede, exclusiever merk overheen. Voor de gast voelt het als een nieuw hotel, voor de eigenaar is het vooral een snelle manier om duurdere kamers te verkopen zonder een bouwvergunning voor een heel pand aan te vragen.
Zo ziet zo'n verborgen enclave er in de praktijk uit
Op Madeira nam luxeketen Savoy de bovenste verdiepingen van het Savoy Palace en maakte er the Reserve van, een hotel van veertig kamers binnen het hotel. Gasten checken in via een eigen ingang en stappen in een aparte lift naar suites van 54 tot 214 vierkante meter, waarvan sommige een eigen plunge pool hebben. Beneden draait het gewone hotel gewoon door, boven eet je bij het besloten restaurant Jacarandá Club en zie je zelden een gast van de andere verdiepingen.
In Santa Fe deed het historische La Fonda on the Plaza hetzelfde. Uit het bestaande gebouw sneden de eigenaren een besloten enclave van vijftien suites, de Terrace Inn, compleet met een eigen dakterras. Wie niet weet dat de Terrace Inn bestaat, loopt er dagelijks langs zonder het ooit te merken. De suites zijn ingericht met lokaal hout en textiel in plaats van het standaard hotelmeubilair van de ketens beneden, en de gangen ogen bewust smaller en persoonlijker dan een gewone hotelcorridor.
Ook Amerikaanse steden doen mee
Boven op de JW Marriott Marquis in Miami huist sinds kort Hotel Beaux Arts, een enclave van 44 kamers onder het rustigere Autograph Collection-label. Wie er incheckt, merkt weinig van de drukte in de lobby eronder. In New York bouwde Thompson Central Park iets vergelijkbaars met the Upper Stories, een stille verdieping hoog boven Midtown waar de kamers net iets meer ademruimte bieden dan de rest van het hotel. Ook in Rotterdam verrijst een luxehotel uit een bestaand gebouw, al gaat het daar om een compleet nieuwe toren op een oud postkantoor in plaats van een verborgen verdieping.
Eigen lift, eigen personeel, eigen sfeer
Deze enclaves verkopen niet zomaar duurdere kamers, ze verkopen afzondering. Het personeel werkt uitsluitend op die verdiepingen en krijgt een aparte training, de minibar is met de hand samengesteld en de bonbons bij het turndownmoment komen van een lokale chocolatier in plaats van de standaardversie beneden. Boutique hotels zetten al langer in op datzelfde thuisgevoel: minder nadruk op schaal en logo, meer op het idee dat een plek alleen voor jou is ingericht.
Meer betalen voor minder mensen om je heen
De meerprijs zit niet in luxere spullen, maar in minder buren. Een gewone kamer in hetzelfde gebouw deelt de lift, de lobby en het zwembad met honderden andere gasten. In de enclave erboven of ernaast deel je die voorzieningen met een handjevol andere kamers, soms zelfs met niemand. Voor wie vroeger een compleet losstaand boutiquehotel boekte om aan de drukte te ontsnappen, is dit een goedkoper alternatief: dezelfde rust, zonder de prijs van een heel gebouw voor jezelf. Hotelketens spelen daar bewust op in, want ze verkopen niet één extra voorziening, maar vooral de afwezigheid van andere gasten.
Wat dit zegt over de toekomst van luxe interieur
Voor wie geïnteresseerd is in inrichting, zit het interessantste deel niet in de marketing maar in het ontwerp zelf. Deze enclaves ogen bewust minder als hotel en meer als een privéwoning, met zachtere materialen, kunst die niet uit een catalogus komt en verlichting die eerder aan een woonkamer doet denken dan aan een gang met vaste plafondspots. Dezelfde beweging zie je terug in hoe mensen hun eigen huis inrichten: de geur en sfeer van een luxehotel namaken thuis is inmiddels een aparte interieurtrend op zich, en de scheidslijn tussen een goed ingericht hotel en een goed ingericht huis wordt met het jaar dunner.
Dit is waar je op moet letten bij je volgende boeking
Wil je zelf zo'n verborgen enclave vinden, zoek dan niet naar de hotelnaam die je al kent, maar naar de sub-merken erbinnen. Reserve, Residences, Tower Collection, Upper Stories en vergelijkbare toevoegingen wijzen bijna altijd op een apart, kleiner hotel binnen het grotere pand. Vraag bij het boeken expliciet naar een eigen ingang of aparte lift: bevestigt het hotel dat, dan zit je gegarandeerd in de enclave en niet gewoon in een kamer met een hogere prijs op dezelfde verdieping als iedereen.