Rotterdam heeft al genoeg glazen torens. Daarom is het opvallend dat het meest besproken bouwproject van de stad dit jaar geen nieuw gebouw is, maar een oud gebouw met een nieuw dak erop. Het historische postkantoor aan de Coolsingel krijgt er een toren van 150 meter bij, en die toren doet expres niet mee aan de rest van de skyline.
Een postkantoor dat de oorlog overleefde
Het Postkantoor Coolsingel is een van de weinige gebouwen die het bombardement van Rotterdam in 1940 doorstond. De statige hal uit 1916, ruim 22 meter hoog en gedekt door een gewelfd plafond, gold decennialang als een van de mooiste openbare ruimtes van de stad, tot het gebouw leegstond en een groot deel van zijn functie verloor. New Yorks architectenbureau ODA kreeg de opdracht om er weer leven in te blazen, en koos voor een ingreep die niemand verwachtte: een toren die niet naast het monument staat, maar erin verankerd zit.
De toren rijst op vanuit de binnenplaats van het complex, achter de gevel aan de Rodezand-vleugel. Wie er straks langsloopt vanaf de Coolsingel, ziet dus vooral het originele gebouw. De nieuwbouw houdt zich letterlijk op de achtergrond.
Waarom deze toren niet lijkt op de rest van de Rotterdamse skyline
Het meest opvallende aan het ontwerp is de gevel. In plaats van de gladde glasvlaktes die de Rotterdamse skyline domineren, koos ODA voor een stenen raster met ronde, gewelfde vensters in verschillende maten. Dat is geen toeval: de architecten namen de ritmiek van de kolommen op de gevel van het oude postkantoor, met een tussenafstand van vijf meter, en vertaalden die maat naar het gevelpatroon van de toren. Het resultaat oogt eerder als een verticale voortzetting van het monument dan als een op zichzelf staand kantoorblok.
Die keuze past bij een trend die je op meer plekken in Nederland ziet: nieuwbouw die zich verhoudt tot wat er al staat, in plaats van ernaast te concurreren. Je ziet iets vergelijkbaars bij het eerste bakstenen Serpentine Pavilion in 25 jaar, waar materiaalkeuze ook een verwijzing naar het verleden was in plaats van een breuk ermee.
Van sorteercentrum naar vijfsterrenhotel
Het programma binnenin is minstens zo ingrijpend veranderd als de gevel. Waar ooit post werd gesorteerd, komt straks een vijfsterrenhotel van Kimpton, aangevuld met horeca en twee nieuwe openbare pleinen rond het gebouw. De gerestaureerde hal uit 1916 wordt het publieke hart van het complex: geen afgesloten kantoorlobby, maar een ruimte waar iedereen doorheen kan lopen, op weg naar de pleinen of het hotel.
Dat soort herbestemming van een postkantoor tot horecabestemming zie je vaker in Europese binnensteden, simpelweg omdat de gebouwen vaak op de beste locatie van de stad staan en te waardevol zijn om te slopen. Rotterdam kiest hier voor een variant waarbij het monument nadrukkelijk zichtbaar blijft, in plaats van te verdwijnen achter een nieuwe glazen huid.
Wat dit betekent voor de rest van de Rotterdamse binnenstad
De bouw van de toren nadert dit jaar zijn voltooiing, en dat maakt POST Rotterdam een van de weinige projecten waarbij je de komende maanden het verschil tussen rendering en realiteit live kunt volgen. Voor de stad is het ook een signaal: waar een project als de bergachtige woonbuurt van MVRDV in Eindhoven laat zien hoe nieuwbouw een heel stadsdeel een identiteit kan geven, laat POST zien dat hetzelfde effect kan ontstaan door iets ouds serieus te nemen in plaats van te vervangen.
Rotterdam beoordeelt zulke ingrepen inmiddels ook actief. Elk jaar strijden gebouwen in de stad om de titel beste gebouw van het jaar, zoals recent nog te zien was bij de acht genomineerden voor de BNA-prijs. Het zou weinig verbazen als POST daar volgend jaar tussen staat.
Meer technische details en beeldmateriaal van het project zijn te vinden op de projectpagina van ODA Architecture.