Architectuur

Schumacher erkent stilstand parametricisme sinds 2008

· 6 min leestijd

Patrik Schumacher liet de afgelopen weken iets opmerkelijks gebeuren bij Dezeen. Het Britse architectuurmagazine startte een serie over parametricisme, de stijl die hij samen met wijlen Zaha Hadid uitwerkte, en Schumacher zelf gaf een lang interview waarin hij toegeeft wat critici al jaren zeggen. Zijn stijl is sinds 2008 nauwelijks verder gekomen.

Voor wie het werk van Zaha Hadid Architects volgt, is dat een breuk met zijn gebruikelijke verkooppraat. Schumacher houdt al sinds zijn manifest op de Biënnale van Venetië in 2008 vol dat parametricisme de architectuur van de 21e eeuw wordt. Achttien jaar later staat hij gewoon te erkennen: nee, hij is niet blij. Tot 2008 zag hij de adoptie groeien, daarna stokte het.

Waarom 2008 alles veranderde

De financiële crisis raakte parametricisme harder dan andere architectuurstromingen. Hadid en Schumacher kregen hun eerste grote opdrachten in een tijd dat het geld bijna gratis was: olie-sjeiks, vastgoedontwikkelaars in de Golfstaten, Aziatische investeerders met onbeperkt krediet. Vlak voor de crash ontwierpen ze het Heydar Aliyev Centrum in Bakoe (opening 2012), een gebouw waarvan het dak als een doorgaande golf in de gevel verdwijnt. Zo’n vorm bouwen kost makkelijk twee keer zoveel als een rechthoekig alternatief, en alleen opdrachtgevers met diepe zakken laten dat passeren.

Na 2008 raakte dat soort budgetten uit beeld. Westerse opdrachtgevers werden voorzichtiger, ontwikkelaars rekenden zich niet langer rijk, en architecten kregen de opdracht om sober te bouwen. Parametricisme paste daar slecht in. De stijl rust op continue, dubbel gekromde oppervlakken, en die zijn ingewikkeld om te plannen, te bouwen en te onderhouden. Een vierkante doos met platte vloeren is veel goedkoper, en in een markt waar elke euro telt, wint de doos.

Critici noemen het de architectuur van het neoliberalisme

Owen Hopkins, directeur van het Farrell Centre in Newcastle, opende de Dezeen-serie met een steviger oordeel. Volgens Hopkins is parametricisme niet zomaar een stijl die toevallig stagneerde. Het was de architectuur van de hoogconjunctuur die aan de crisis voorafging, het neoliberalisme zelf in steen en composiet.

Schumacher heeft die framing zichzelf voor een groot deel aangedaan. Hij staat bekend om provocaties tegen sociale woningbouw, woningregulering en publieke ruimte als democratisch project. Voormalig marxist, nu open aanhanger van anarcho-kapitalistische ideeën, ziet hij de markt als de enige legitieme opdrachtgever van architectuur. Dat standpunt verkoopt slecht in een tijd waarin Europese steden vooral huizen vragen die mensen kunnen betalen. Geen wonder dat parametricistische gevels uit de tekenmappen van gemeenten verdwenen.

De tegenbeweging die Schumacher niet meer kan negeren

Terwijl ZHA in Bakoe en Beijing nog grote projecten oplevert, zoals de titanium-installatie voor Audi, gaat de rest van het vak juist de andere kant op. Architecten in Nederland, België en het Verenigd Koninkrijk metselen weer sierlijke bakstenen gevels, met zichtbare voegen, geprofileerde lateien en kepers van blauwe steen. Warme, ambachtelijke materialen scoren bij ontwikkelaars en gemeenten beter dan ooit. Dat is niet wat Schumacher voor ogen had toen hij zijn manifest schreef.

Bij prijsuitreikingen zie je het verschil net zo goed. De winnaars van recente Nederlandse architectuurprijzen kiezen steevast voor concrete, volumineuze gebouwen waarvan elke vorm een duidelijke geometrie heeft. Geen vloeiende blobs, geen algoritmisch gegenereerde gevels. Soliditeit boven spektakel.

Wat Schumacher nog wel gelooft

Het interview is nuchter, maar Schumacher geeft de strijd niet op. Hij blijft volhouden dat parametricisme uiteindelijk de universele stijl wordt zodra de bouwwereld de software definitief aankan. AI-gestuurd ontwerpen, robotische bouwarmen, betonprinters die geen mal meer nodig hebben: het wachten is volgens hem op een industrie die net zo snel kan bouwen als zijn ontwerpteam kan tekenen. Dat is een redelijke gedachte, maar wel een die hij in 2008 ook al maakte. De wachtkamer wordt langer.

Wat hij nu erkent, en dat is nieuw, is dat ZHA niet meer kan rekenen op een natuurlijke meerderheid van opdrachtgevers. Parametricisme is een nichetaal geworden, geen lingua franca. Voor een ontwerper die achttien jaar lang zei dat zijn stijl onontkoombaar was, is dat een flinke koerscorrectie.

Wat dit betekent voor de luxe woningbouw

Voor wie een huis laat bouwen of een woontoren overweegt, heeft de discussie praktische gevolgen. Gebouwen met dubbel gekromde gevels zijn zeldzaam, en blijven dus duur en onderscheidend. Wie nu nog opdracht geeft tot een parametricistisch project, koopt iets wat in de markt niet meer als evidente toekomst geldt. Dat hoeft geen bezwaar te zijn, want het Heydar Aliyev oogt nog steeds als science fiction. Maar het verandert wel de berekening: een Hadid-villa is geen voorhoede meer, het is een statement waarvan iedereen weet dat het uit een specifieke periode komt.

Voor het bredere vak betekent het dat de stilistische pluraliteit voorlopig blijft. Geen universele stijl, geen einde van het stijldebat. Architectuur kiest weer per opdracht, per locatie, per opdrachtgever. En de architect die in 2008 aankondigde dat zoiets achterhaald was, geeft nu zelf toe dat zijn voorspelling niet uitkwam.

M
Geschreven door Maarten de Groot Wonen & klussen schrijver

Maarten is timmerman die de overstap maakte naar schrijven toen hij merkte dat hij beter kan uitleggen hoe iets moet dan het zelf netjes afmaken, een zeldzaam moment van zelfkennis. Hij schrijft over klussen, verbouwen en alles wat met een huis te maken heeft, van fundering tot dakkapel. Zijn gereedschapskist is beter georganiseerd dan zijn bureau, maar dat zegt meer over de staat van zijn bureau dan over zijn gereedschap. In zijn werkplaats hangt een bordje met meten is weten, maar hij geeft eerlijk toe dat hij soms ook gewoon op gevoel zaagt. Lezers waarderen zijn no-nonsense aanpak en het feit dat hij fouten niet wegpoetst maar juist deelt als leermomenten. Als hij een euro had gekregen voor elke keer dat iemand hem vroeg of laminaat ook goed is, had hij allang met pensioen gekund.