Op 19 juni, Juneteenth, ging het Obama Presidential Center in Chicago open voor publiek. Bruce Springsteen en Stevie Wonder speelden tijdens de opening, maar het gebouw zelf stal minstens zoveel aandacht. Architectenbureau Tod Williams Billie Tsien werkte er vijf jaar aan, en het resultaat is geen klassiek presidentieel museum met zuilen en een koepel, maar een granieten toren met tekst die letterlijk door de gevel schijnt.
Een campus in plaats van een los gebouw
Het terrein in Jackson Park beslaat zo'n 7,8 hectare en bestaat niet uit één gebouw, maar uit een hele campus. Een museumtoren van acht verdiepingen, een forumgebouw en een bibliotheekfiliaal staan rond een openbaar plein, en zijn ondergronds met elkaar verbonden. Landschapsarchitect Michael Van Valkenburgh, bekend van de High Line in New York, tekende voor de buitenruimte: een moestuin, sportvelden en een atletiekcentrum die gewoon toegankelijk zijn voor buurtbewoners uit South Side, ook als ze niet naar het museum komen.
Dat is een bewuste keuze. Eerdere presidentiële bibliotheken staan vaak los van hun omgeving, achter hekken en een ticketbalie. Hier is de openbare ruimte net zo belangrijk als de tentoonstelling zelf.
De tekst die letterlijk licht doorlaat
Het meest besproken detail zit in de gevel van de museumtoren. Die is bekleed met graniet uit New Hampshire, met daarin een fragment gebeiteld uit de toespraak die Obama in 2015 hield bij de vijftigste herdenking van de mars van Selma, met de woorden "You Are America". De letters zijn uitgesneden, waardoor overdag zonlicht door de tekst naar binnen valt en er 's avonds licht van binnenuit doorheen schijnt. De vorm van de toren zelf verwijst naar vier handen die samenkomen, een verwijzing naar samenwerking die je pas ziet als je weet waar je op moet letten.
Het is een manier van vertellen die je zelden ziet bij een gebouw van deze schaal: geen plaquette met een citaat, maar architectuur die de boodschap draagt.
Waarom de architecten voor ingetogen graniet kozen
Tod Williams en Billie Tsien staan bekend om terughoudend materiaalgebruik, en dat zie je hier terug. Geen glazen wolkenkrabber, geen goud, maar een enkel gesteente in een aardetint dat gedurende de dag steeds anders kleurt naarmate het licht verandert. Niet iedereen is enthousiast: critici noemden de toren bij de bouw al streng en gesloten, en de discussie over of dat bij een gebouw op deze plek past, laait bij elke nieuwe foto weer op. Diezelfde ingetogenheid zie je terug bij de architectuurtrend rond bescheiden gebouwen die we eerder beschreven: steeds meer opdrachtgevers kiezen bewust voor een gebouw dat niet meteen om aandacht schreeuwt.
Een tweede presidentiële bibliotheek met een verrassend dak
Het Obama Presidential Center is niet de eerste presidentiële instelling die breekt met het klassieke model. Eerder schreven we al over de FDR-bibliotheek die zich verstopt onder een grasheuvel. Beide projecten laten zien dat een presidentiële bibliotheek allang geen marmeren tempel meer hoeft te zijn. Waar Roosevelts archief zich juist verbergt in het landschap, kiest Obama's museum voor het tegenovergestelde: een toren die zichtbaar is vanaf kilometers afstand, maar wel een boodschap draagt die alleen van dichtbij leesbaar is.
Musea die op deze manier met hun gevel communiceren, roepen ook de vraag op waar de grens ligt tussen een gebouw en een monument. Bij het omstreden LACMA-museum van Peter Zumthor ging die discussie vooral over vorm zonder duidelijke functie. Het Obama Center ontloopt die kritiek grotendeels, juist omdat elk architectonisch detail terug te voeren is op een concreet verhaal.
Geen vitrines, maar schermen
Binnen breekt het museum net zo hard met de traditie als buiten. Het Obama Presidential Center noemt zichzelf het eerste volledig digitale presidentiële museum: in plaats van glazen vitrines met originele documenten werkt het museum met interactieve installaties en projecties. Bezoekers lopen door ruimtes waarin beeld en geluid het verhaal vertellen, en de fysieke archiefstukken staan elders, toegankelijk voor onderzoekers maar niet voor het publiek. Dat is een risico, want een scherm veroudert sneller dan een vitrine met een handgeschreven brief, maar het maakt het museum wel toegankelijker voor bezoekers die geen historicus zijn.
Voor wie toch naar Chicago reist: het museum ligt op loopafstand van de Museum Campus aan het meer, dus een bezoek is prima te combineren met een dag Art Institute of Field Museum. Wie architectuur als reisdoel ziet, kan er inmiddels een heel weekend aan besteden.
Wat dit betekent voor het volgende presidentiële museum
Met een prijskaartje van naar verluidt 850 miljoen dollar zet het Obama Presidential Center meteen de lat hoog voor toekomstige presidentiële archieven. Belangrijker dan het bedrag is de verschuiving die het zichtbaar maakt: een presidentiële bibliotheek is niet langer een afgesloten archief voor historici, maar een campus met een sportveld, een moestuin en een bibliotheekfiliaal die de hele buurt gebruikt. Voor toekomstige projecten, van musea tot overheidsgebouwen, ligt er nu een precedent waarin het gebouw zelf een deel van het verhaal vertelt in plaats van het verhaal alleen in een folder te zetten.