In Milaan verdwijnt deze maand de laatste bouwkraan uit de skyline van CityLife, de wijk waar de stad al tien jaar experimenteert met architectuur die ergens anders onmogelijk zou zijn. Het sluitstuk heet CityWave en het is precies wat de naam beloofd: een dak van 140 meter lang dat niet op kolommen rust, maar aan kabels hangt tussen twee torens. Het project van Bjarke Ingels Group (BIG) viert deze herfst zijn topping-out en moet eind 2026 klaar zijn.
Een dak dat aan kabels hangt
Het bijzondere aan CityWave zit niet in de twee kantoortorens zelf, die 53 en 105 meter hoog worden. Het zit in wat erboven zweeft: een gebogen dak dat met 19 stalen kabels tussen de twee gebouwen is opgehangen, als een soort hangbrug die een plein overspant. Geen enkele steunpilaar raakt de grond onder dat dak. Bezoekers lopen straks over een overdekt plein van zo'n 73.000 vierkante meter zonder dat er ergens een kolom in de weg staat.
Dat is geen toevallige vormgrap. BIG werkte samen met ingenieursbureau Atelier Verticale om de krachten van het dak via die 19 kabels direct de twee torens in te leiden, in plaats van via een eigen fundering. Het resultaat is een poort naar de rest van CityLife die je al van ver kunt zien liggen, precies zoals Zaha Hadid's gedraaide toren en Isozaki's rechte wolkenkrabber dat eerder in de wijk deden.
Zonnepanelen op een schaal die je nog niet kende
Wat CityWave extra interessant maakt voor iedereen die thuis ook met duurzame energie bezig is: het hele dakoppervlak ligt vol met fotovoltaïsche tegels. Het gaat om een van de grootste stedelijke zonnedak-installaties ter wereld, verwerkt in een vorm die je eerder in een kunstmuseum zou verwachten dan op een kantoorpand. In plaats van losse zonnepanelen die als een plak op een plat dak liggen, zijn de cellen hier geïntegreerd in de gebogen huid van het gebouw zelf.
Die aanpak sluit aan bij een trend die je ook op kleinere schaal ziet: bouwmaterialen die meteen energie opwekken, zonder dat je het als los element herkent. Benieuwd hoe gevels daarmee meebewegen? Lees ook ons artikel over ramen die zelf hun lichtinval regelen, dezelfde logica maar dan op raamformaat.
Het laatste puzzelstukje van CityLife
CityLife begon rond 2004 als herontwikkeling van het oude Milanese beursterrein en groeide uit tot een verzameling iconische torens met bijnamen als "Dritto", "Storto" en "Curvo", ontworpen door Hadid, Isozaki en Libeskind. CityWave vormt nu letterlijk de laatste twee kavels van dat plan en fungeert als entree tot het hele gebied. Ontwikkelaar Generali Real Estate heeft de oplevering eind 2026 bevestigd, na een bouwperiode waarin de twee torens eerst zelfstandig omhoog gingen voordat het dak ertussen kon worden gehesen.
Het is dat soort gefaseerde bouwlogica die veel van deze mega-projecten jaren laat duren: je kunt het spectaculaire deel pas bouwen zodra de rest overeind staat. Vergelijk het met het dak van de Shanghai Grand Opera House, waar het dak ook een publieke functie kreeg in plaats van alleen bescherming tegen regen.
Waarom dit ontwerp zo typerend is voor Bjarke Ingels
Ingels staat bekend om gebouwen die een technisch probleem oplossen en er meteen een verhaal van maken. Zijn bureau deed dat eerder met een energiecentrale in Kopenhagen met een skipiste op het dak, en met woontorens die als een berg oplopen in plaats van recht omhoog. CityWave past in die lijn: de constructie had ook twee aparte kantoorblokken kunnen zijn met een saaie loopbrug ertussen, maar BIG maakte er een landmark van die je in elke reisgids terugvindt zodra het gebouw open is. Meer achtergrond over het bureau en zijn werk vind je op Wikipedia, net als over de wijk CityLife zelf.
Opvallend is ook dat dit soort projecten steeds vaker als marketinginstrument voor een hele wijk wordt ingezet. Een opvallend dak zorgt voor foto's, foto's zorgen voor aandacht, en aandacht trekt de kantoorhuurders en winkels aan die de rest van CityLife moeten vullen. Zie ook hoe New York dat spel speelt met zijn nieuwste wolkenkrabber: het gebouw zelf is reclame voor de buurt erom heen.
Wat dit betekent voor de volgende generatie luxe kantoren
CityWave laat zien waar de lat voor premium vastgoed nu ligt. Het gaat niet meer om de hoogste toren of de duurste marmeren lobby, maar om constructies die iets doen wat je nog nergens anders zag, en die daarbij ook nog duurzaam ogen. Voor Nederland is dat relevant: ontwikkelaars van kantoorparken en luxe appartementencomplexen kijken naar precies dit soort projecten als referentie voordat ze zelf iets ontwerpen. Verwacht de komende jaren dus meer gebouwen waarbij het dak, de gevel of de overkapping zelf het verhaal wordt, in plaats van een afgeleide van de plattegrond. Milaan heeft in elk geval laten zien dat het kan, en dat het publiek er massaal voor naar het plein komt kijken zodra de steigers weg zijn.