Tips & Advies

Je spiegel hangt waarschijnlijk op de verkeerde plek

· 5 min leestijd

Bijna iedereen heeft een spiegel in huis. Bijna niemand hangt hem goed. Niet omdat spiegels moeilijk zijn, maar omdat de meeste mensen een spiegel ophangen als opvulling - iets om een lege muur te vullen of een kamer groter te laten lijken. Dat laatste werkt alleen als de spiegel op de juiste plek hangt, en dat is vaker niet het geval dan je denkt.

De spiegel werkt als lichtbron, niet als decoratie

Een spiegel tegenover een raam is geen decoratietruc, maar basisfysica. Licht stuitert terug en vult de donkere kant van de kamer op. Klinkt eenvoudig, maar het werkt alleen als het raam ook daadwerkelijk in het spiegeloppervlak te zien is. Een spiegel naast het raam, of iets te ver van de hoek, vangt nauwelijks licht op en doet weinig voor de sfeer.

Hoe donkerder de kamer, hoe groter het verschil. Hang de spiegel recht tegenover het licht, niet op de muur ernaast. Als er geen raam tegenover beschikbaar is, werkt een vloerlamp of een schijnwerper ook als vervanger - maar je verliest daarmee het daglicht-effect dat een kamer open en ruim maakt. Overigens geldt hetzelfde voor plafondverlichting: verlichting in lagen aanbrengen is minstens zo belangrijk als spiegelplaatsing, lees meer in waarom één plafondlamp een interieurfout is.

Het formaat is bijna altijd te klein of te groot

Boven een ladekast, console of dressoir hangt de spiegel het beste op twee derde tot drie kwart van de breedte van het meubel eronder. Dat weet bijna niemand. Een spiegel die even breed is als het meubel, oogt als een gesloten deur. Een spiegel smaller dan de helft van het meubel valt visueel weg en trekt de aandacht naar de leegte ernaast.

De hoogte speelt ook mee. Het midden van de spiegel hangt idealiter op ooghoogte, rond de 160 centimeter van de vloer. Hang je hem lager, dan werkt hij als een opgehangen vloerspiegel. Hang je hem hoger, dan weerspiegelt hij het plafond en niets interessants. Maat-fouten zijn trouwens eerder de norm dan de uitzondering: net zoals een te klein vloerkleed een kamer kapotmaakt, doet een spiegel op de verkeerde schaal precies hetzelfde. Wat er precies misgaat bij onderschatte maat, legden we eerder uit bij vloerkleden die te klein zijn.

Drie plekken in huis waar een spiegel altijd werkt

In de hal is een spiegel zowel functioneel als strategisch. Je ziet jezelf voordat je naar buiten gaat, maar hij opent ook een smalle ruimte die anders als een tunnel aanvoelt. Hang hem breed genoeg om de doorloopruimte te openen en hoog genoeg zodat je je hoofd erin ziet.

In de eetkamer aan de korte wand van een rechthoekige ruimte is een grote, sobere spiegel bijna altijd raak. Hij verdubbelt visueel het gezelschap aan tafel en maakt de ruimte dieper zonder dat je een muur hoeft weg te breken. Zorg wel dat de tafel volledig in het spiegeloppervlak valt, anders werkt het effect maar half.

In de slaapkamer is een spiegel naast het raam of tegenover de deur een sterk alternatief voor de kledingkast met spiegelpanelen. Die laatste is praktisch maar heeft weinig interieurwaarde. Vermijd een spiegel recht tegenover het bed: dat werkt slaapverstorender dan het op het eerste gezicht lijkt.

De vorm kiest voor je karakter

Ronde spiegels verzachten een kamer met veel rechte lijnen. In een ruimte met vierkante kozijnen, strakke meubels en scherpe hoeken is een ronde spiegel een welkome tegenhanger. In een interieur dat al vol organische vormen en gebogen meubels zit, kan diezelfde ronde spiegel in een zee van rondingen verdwijnen.

Een rechthoekige spiegel, staand of liggend, kan een kamer visueel verhogen of verbreden afhankelijk van de richting. Meerdere kleine rechthoekige spiegels naast elkaar, in een horizontale compositie, oogt minder cliché dan één groot exemplaar en geeft meer ruimte voor karakter.

Organische en onregelmatige vormen zijn meer statement dan gereedschap. Ze werken het beste als enige spiegel in een kamer, op een prominente plek met genoeg muur eromheen om tot hun recht te komen. Zet er geen meubels of andere kunst naast - zo een spiegel vraagt de aandacht voor zichzelf.

Wat bijna iedereen fout doet

De meest gemaakte fout is de spiegel ophangen omdat er een lege plek is. De tweede fout is twee spiegels in dezelfde kamer die elkaar weerspiegelen, waardoor een soort eindeloze tunnel ontstaat. De derde is een spiegel die alleen het plafond of een rommelig hoekje weerkaatst.

Een spiegel die rommel weerspiegelt, maakt die rommel twee keer zo aanwezig. Voor je boort, stel je altijd de vraag: wat gaat deze spiegel laten zien? Als het antwoord "een kale muur" of "de plint" is, zoek dan een andere plek. Datzelfde geldt voor meubels die te groot zijn voor de ruimte: ook daarin trekt een fout in maat alles mee, zie ook waarom bijna elke bank in je winkelwagen te groot is.

Eén test die je direct antwoord geeft

Voor je de boormachine pakt, doe je het volgende. Ga staan op de plek waar de spiegel moet komen, op de hoogte van de onderkant van de spiegel. Houd hem voor je en kijk in het spiegeloppervlak. Wat zie je? Een raam, een lichtbron, een aantrekkelijk deel van de kamer? Goed. Een kale muur, een deur of niets bijzonders? Hang hem ergens anders.

Deze test kost tien seconden en bespaart je een overbodige spijker in de muur. Spiegels zijn een van de weinige interieurelementen die direct zichtbaar effect hebben op licht en ruimte - maar alleen als ze hangen waar het werkt, niet waar er toevallig plek is.

V
Geschreven door Vera Hendriksen Interieur redacteur

Vera studeerde interieurarchitectuur in Eindhoven en ontwikkelde daar een zwak voor Scandinavisch design dat inmiddels meer een obsessie is. Ze kan uren praten over de juiste kleurtemperatuur van een lamp en heeft haar eigen woonkamer al zeven keer opnieuw ingericht, telkens met het excuus dat het vorige concept niet meer bij haar paste. Haar kat, die bij elke verbouwing weer een nieuw favoriete plekje moet zoeken, vindt dat aanzienlijk minder leuk dan zij. Tussen het herinrichten door schrijft ze artikelen over woontrends die ze zelf ook daadwerkelijk toepast, wat haar creditcardafschrift maandelijks bevestigt. Haar guilty pleasure is keukenshowrooms bezoeken zonder koopplannen, puur voor de inspiratie. Collega's noemen haar de enige persoon die oprecht enthousiast kan worden van een nieuw type deurklink.